Burgh-Haamstede, 30-8-2020

Zo, we zijn weer thuis, een jaar nadat we vertrokken. Vertrouwd, rustig, prettig, aangenaam, warm – zowel het weer als de ontvangst van vrienden en familie. Ook een tikje vreemd en onwennig, onwerkelijk, vooral de eerste week, toen we net terug waren, maar toch niet helemaal geland, terwijl we toch echt op Schiphol zijn aangekomen. Nu, ruim een maand verder, zijn we weer helemaal oké, Karin en Eric, zoals mensen ons kennen van vóór onze zeilreis. De baard is geschoren, de kleren zijn gewassen. We kennen onszelf weer terug, ons sociale leventje met zoveel gezelligheidsmomenten met vrienden, ook al houden de beperkingen vanwege corona ons binnen het gareel. Een elleboogje hier, een warme groet daar, heel soms een knuffel als we ons niet kunnen inhouden. Het is fijn weer thuis te zijn, bij jullie, vrienden, familie, Joris! Liselot is nog in Australië, die hereniging volgt in oktober.

Dat gezegd hebbende, wat hebben we genoten van het afgelopen jaar zónder jullie, zonder bijna alles wat vertrouwd was, behalve onze gastvrije Catherine, die een jaar lang ons drijvende, knusse huisje was. Karin en ik namen een sprong in het ongewisse, toen we op de laatste dag van juli 2019 onder de Van Brienenoordbrug door voeren, uitgezwaaid door mijn lieve broer, een klein kwetsbaar mensje op die grote brug met voortrazend verkeer, hij riep ons een goede reis toe. Toen hadden wij nog geen idee hoe het ons zou bevallen en wat we allemaal zouden meemaken. Nu, een kleine maand na onze thuiskomst, lukt het ons om alle belevenissen rustig op een rijtje te zetten. Veel hoogtepunten, maar er waren ook enkele moeilijke situaties. De meest riskante deed zich midden op de oceaan voor.

De sprong in het diepe begon letterlijk bij de oversteek van de Golf van Biskaje. Niet alleen wij, ook een aantal andere zeilers met vergelijkbare reisplannen leefden een tikje gespannen toe naar deze eerste meerdaagse oversteek van de reis. Karin en ik hadden vaker nachten doorgebracht op zee, niet meer dan twee, op de Noordzee en vanuit Duitsland terug naar Nederland. Dit was andere koek. Minimaal drie etmalen over de tomeloze diepte van de oceaan. In de aanloop hielden we het weer goed in de gaten, want slecht weer in de Golf is geen pretje en kan de grootste schepen in problemen brengen. Toen kwam er een gunstig weergat aan, het woord dat zeilers bijna dagelijks in hun mond nemen maar landrotten wat vreemd vinden klinken. We vertrokken vanuit Camaret-sur-mer, Bretagne, waar onze dochter Liselot en haar vriendin Irene op surfvakantie waren en ons kwamen opzoeken en uitzwaaien. De oversteek zelf verliep probleemloos. Totdat we bij Noord-Spanje vanuit de oceaandiepte het continentaal plat opvoeren. Middenin de nacht, pikkedonker, kwamen we in een wildwaterbaan terecht. Of was het de lancering van een ruimtevaartuig? Laten we zeggen: een pittig zeetje. Catherine maakte de meest felle en onverwachte bewegingen, hup links, rechts, ze werd opgepakt en neergesmakt, maar ze gedroeg zich voorbeeldig. Alles trilde, rammelde, schudde. Anticiperen was onmogelijk omdat we geen hand voor ogen zagen. In één keer is daar de volgende golf. Hatsikidee, hatseflats, kedeng, plons! Toen kwam de zon op, het water werd rustiger, we zeilden een paar uur verder en gooiden aan het eind van de ochtend het anker uit in de baai bij A Coruna. Voor het eerst maakten we mee hoe het voelt om op eigen kiel een verre bestemming te bezoeken. We waren opgelucht, we hadden de vuurdoop doorstaan, de komende meerdaagse tochten zagen we nu met vertrouwen tegemoet. Trots liepen we door de steegjes van de stad in Galicië en lieten we ons de lekkerste tapas serveren. De reis was begonnen!

We zakten de Spaanse kust af. Pittig avontuurtje beleefden we bij de Costa da Morte. Je zou zeggen, de naam had ons kunnen waarschuwen. De woeste kust van Galicië heeft prachtige, fjord-achtige ingangen, ria’s genaamd, waar we wilden ankeren en verstilde visserdorpjes zouden bezoeken. Maar eerst moesten we de kaap bij die dodenkust ronden. Ik, kapitein, schipper, Eric, niet dom maar ook een feilbaar mens, maakte enkele foutjes. Eén: ik voer te dicht bij de kust. Daardoor kregen de valwinden vanuit de bergen vat op ons. Twee. Na het reven bleek dat ik de stopper van de genuarolreeflijn niet goed vast had gezet. Dom. De wind trok opeens aan tot boven de 35 knopen, dat was mijn laatste waarneming, want daarna had ik geen tijd meer om naar metertjes te kijken. De genua rolde uit, een flinke lap zeil, de wind nam toe, Catherine was nog nooit zo scheef gegaan, Karin schrok wakker van haar middagdutje en vroeg met verschrikte ogen of alles onder controle was, ja alles oké maar het is even druk, geen paniek maar wel hard werken, een kleine 40 knopen halve wind met veel te veel zeil maakt veel herrie, wat zeg je? Even aanpoten! En dan, zoals altijd, liggen we na de hectiek een uurtje later vreedzaam voor anker, biertje in de hand, na te praten over wat er mis ging, hoe het goed afliep en genieten we van het schitterende uitzicht op de woeste natuur van Ria de Muros. Zeilen is soms inspannend, soms wat eentonig, maar nooit saai.

Voor de kust van Galicië liggen de prachtige eilandjes Cies en Isla Onse, waar we mooi voor anker lagen en heerlijke wandelingen hebben gemaakt. We zeilden naar de Portugese stad Porto, daarna naar het gezellige dorpje Seixal, tegenover Lissabon. Vandaaruit maakten we de overtocht naar Porto Santo, een vrij onbekend eiland naast Madeira, er komt vrijwel geen reguliere Europese toerist, maar het is een levendig zeilersbolwerk. Hier wordt geschuurd, gelast, gezaagd, gepoetst, verbouwd, olie ververst en veel gezopen. We namen voor het eerst deel aan de weinig formele bijeenkomsten van wereldzeilers. De barbecue-avonden bleken het startsein voor menig slemppartij tot in de kleine uurtjes, sommige zeilers dronken de volgende dag hun kater weg bij het enige café aan de haven. Om diezelfde avond in de kuip de volgende tree aan te rukken, want: die koelkast in de boot werkt goed joh! En geef toe, als het bier koud staat bij 30 graden Celsius in de kuip, waarom niet nog een blikje opentrekken? Wereldzeilen is flink doorhalen in de havens en als je niet oppast blijf je er veel te lang liggen. Avontuurlijke bestemmingen waar wij vanuit de fauteuil in Rotterdam bij wegdroomden, blijken vol te liggen met zeilers die er voorlopig niet wegkomen. Wij hielden ons een beetje in, zoals we vaker in ons leven de middenweg zoeken, niet al te veel extremen maar wel avontuur en jolijt, pilsje hier wijntje daar, niet roomser dan de paus maar ook niet van god los, hoewel Darwin in hoger aanzien staat. Dus wij vertrokken na een week of drie gezelligheid naar Madeira, waar we vooral veel gewandeld hebben, de alcoholconsumptie van de weken ervoor enigszins gecompenseerd hebben en aan onze conditie hebben gewerkt.

Vanuit Madeira zeilden we naar de Canarische eilanden. Vriend Wim kwam over en zeilde mee, we maakten een weinig fortuinlijke stop bij de Selvagens eilanden, waar de beperkte ankermogelijkheden ons voor een dilemma plaatsten. We hingen aan een verroeste boei, die na een wandeling op het dorre Portugese rotsblok flinke krassen bleek te hebben gekerft in Catherine’s verder gladde en glimmende scheepshuid. Toen was het pikkedonker, de lijnen raakten verstrikt rondom de boei, Karin werd met de reddingsbrigade van het eiland naar Catherine vervoerd omdat ons weinig zeewaardige bijbootje Billy bang was in het donker, terwijl kanjer Wim en ik onze handen vol hadden aan dek en verdere schade aan de kwetsbare Catherine wisten te voorkomen. Uiteindelijk kwam alles goed en lagen we twee dagen later keurig aan een steiger van Las Palmas, Gran Canaria.

Terwijl de Tui-toeristen op Gran Canaria ondergebracht worden in massale betonnen bunkers, lagen wij knus in de fijne jachthaven van Las Palmas met onze Catherine. We namen afscheid van Wim, en Karin en ik laafden ons aan stoere verhalen van wereldzeilers, van allerlei pluimage, in de onvervalste Sailor’s Bar. Ook weer zo’n sympathieke gezellige zeilers-zuip-plek, en de norse, ongezellige Italiaanse eigenaar, ex-zeiler, bakte zalige pizza’s. Karins moeder Greet kwam langs met Karins zus Margreet. We pikten Joris en Liselot op van hun surfvakantie op Fuerteventura. Na een paar dagen flink bunkeren vertrokken we. Nieuwjaar vierden we met bubbels voor anker bij de prachtige duinen van Maspalomas, zuidelijk Gran Canaria.  Daarna zeilden we via La Gomera, Canarisch paradijsje, naar Kaapverdië.

15kg schoon aan de haak

Wat was het fijn om herenigd te zijn! Met z’n vieren aan boord ging prima. De altijd opgewekte en actieve Joris en Liselot, beiden talentvolle zeezeilers, maakten de achtdaagse overtocht naar de enige Afrikaanse bestemming van onze reis tot een makkie. We vingen onze eerste tonijn, een flink, prachtig dier, dat zijn leven met moeite liet. De kuip werd een wreed, rood abbatoir, het was boenen en schrobben na afloop van de slachtpartij. Maar lekker dat de tonijn smaakte!

In Kaapverdië waren we al een flink eind op streek. En toch hadden we het gevoel dat onze reis maar net begonnen was. Het eilandenland is een bestemming op zich, maar wij beschouwden het als een tussenstopje. We hebben er vooral voorraden ingeslagen en aangevuld, hoewel we Mindelo een gezellige plaats vonden en Santo Antão, daar tegenover, een adembenemend mooi eiland is met onwaarschijnlijke rotspartijen.

Op de Oost-Vlieland

Alle zeilers komen bunkeren in Mindelo en de plaatselijke middenstand weet dat maar al te goed. Bij het betreden van de markthal, een roestig dak boven tafels met verswaar en daaronder wegrennende kakkerlakken, schalmt het door de ruimte: ‘Turista!’ En hup, de lokale prijslijstjes werden vervangen door de toeristische variant en de kassa, hoewel niet aanwezig, rinkelt. Wij hadden er geen probleem mee, Kaapverdië is een arm land en de mensen moeten alle zeilen bij zetten, op een andere manier dan wij wereldzeilers doen. Zoals in andere zeilersknooppunten wordt ook in de marina van Mindelo, in het ‘Floating Restaurant’, menig biertje besteld, we hebben gezellige avondjes, ook met een aantal Nederlandse zeilers die we tot dan alleen maar kenden van hun facebook. En dan nadert het vertrek. De oversteek!

We gooien de trossen los, er wordt vanuit de marina flink getoeterd en gezwaaid. Een klein gebaar, even de handen omhoog en op een toeter blazen, maar het staat symbool voor de onderlinge verbondenheid van zeilers. Iedereen vindt het eigen bootje het mooist, zeer zeewaardig en zegt er op te vertrouwen, maar elke zeiler weet ook dat het wel eens mis kan gaan. De toeters bij vertrek betekenen dan ook: behouden vaart, goede reis. Want hoewel veel jachten probleemloos de oversteek maken, krijgt toch menig zeiljacht problemen en loopt het soms verkeerd af. Aanvaring op zee, storm, gescheurde zeilen, motorproblemen, stuurproblemen, ziekte. Er kan van alles mis gaan en toch moet je vertrouwen hebben als je de haven uitvaart. Wij hadden dat vertrouwen.

De eerste week op de oceaan verliep vlekkeloos, hoewel de eerste twee dagen de wind het soms liet afweten. Daarna een heerlijk ruime wind, zorgeloos zeilen. De windvaan, wat een geweldig apparaat, stuurde de boot. Het was even zoeken naar de juiste zeilvoering, uiteindelijk bleek de uitgeboomde genua en het grootzeil over de andere boeg de beste resultaten te geven. De Atlantische oceaan oversteken? Geen centje pijn! Tevreden ging ik slapen, wetende dat mijn stoere dochter Liselot onze Catherine in haar eentje prima kan besturen. Ik lag vredig te slapen toen een scherp, abrupt geluid, een fractie van een seconde, mij terughaalde naar de werkelijkheid. Mijn lichaamsharen stonden recht overeind, mijn ogen wijd open, een fysieke reactie op: stront aan de knikker, onheil, ernstig, alarm, actie. Ik vloog naar de kuip, waar Liselot rondkeek en probeerde te achterhalen waar het geluid vandaan kwam. ‘Pap’, zei ze bezorgd, ‘ik hoorde een ….’ Ik onderbrak haar. Mijn oog viel op de genua en de voorstag. Los. Kapot. De mast loopt gevaar. ‘Maak Joris wakker’, zei ik nog. Ik lijnde mezelf aan en begaf me naar de

boeg. Daar hing de genua hulpeloos te wapperen aan de rolreeflijn en de zwiepende boom, het was een kwestie van tijd voor ook die zouden knakken. Wat ik nooit had gedacht dat zou gebeuren, maar wel eens had gevreesd, was een feit: een cruciaal dik stuk rvs, de putting, was afgebroken. Joris was inmiddels ook bij de boeg. Als ik heel eerlijk ben: de angst gierde door mijn lijf. Ik keek Joris in de ogen, die direct de ernst van de situatie inzag. Geen woorden nodig. Ik dacht aan Karin, ik zag Liselot, turend boven de buiskap. Ook zij begreep de ernst van de situatie. Ik ben verantwoordelijk voor hun veiligheid, met hun mag niets gebeuren, in een kort moment dacht ik in lichte paniek: ik had hen nooit moeten meeslepen in dit zeilavontuur…

Wordt vervolgd! Volgende week in deel 2 lezen jullie hoe het allemaal goed afloopt.

 

 

We horen het thuisfront denken: waarom blijven Karin en Eric zo lang in Las Palmas hangen? Het thuisfront, een mengelmoes van vrienden, familie en kennissen, kunstminnaars, voetbalfans, muzikanten, kroeglopers, collega’s, ambtenaren en nog veel meer, is op dit punt eensgezind: het is tijd dat ze al die stoere voornemens – ‘in het kielzog van de grote ontdekkingsreizigers’ – nu maar eens waar gaan maken. Dat gaan we doen, we zijn op weg! We liggen in La Gomera, twee eilanden verderop. Hier vertrok Columbus op 6 september 1492, op weg naar de, vanuit westerse ogen bezien, Nieuwe Wereld. Morgen vertrekken wij ook, vanuit diezelfde haven van La Gomera als waar hij de ankers lichtte.

Las Palmas bleek een handige en fijne uitvalsbasis. We kwamen er aan, namen afscheid van opstapper Wim, verwelkomden Karins moeder en zus, om daarna onze zoon Joris en dochter Liselot op te gaan halen in Fuerteventura. Karin en ik huurden een AirBnB op een geitenboerderij en kaasmakerij. Daar zagen we dat het mogelijk is: op een diervriendelijke manier in het levensonderhoud voorzien, zelfs in het droge klimaat van dit dorre eiland. Het landschap houdt het midden tussen dat van Arizona en de maan.

Karin, Joris en Liselot zaten dubbelgevouwen op de achterbank in onze afgeladen Pinda 3, de derde gehuurde Fiat Panda, twee surfplanken bezetten de voorstoel en het centrale deel van de achterbank. Joris en Liselot zijn fanatieke surfers. Dus die surfboards moesten en zouden mee. Met diep ingedrukte schokbrekers reden we de ferry op, terug naar Gran Canaria, gleden een paar uur later over de vertrouwde boulevard van Las Palmas. Het voelde als thuiskomen, op onze boot, maar ook een beetje onze stad. Las Palmas kan ons bekoren, toeristen lossen op in de stad, waar het gewone Canarische leven zijn gang gaat. Razend druk, dat wel. Veel verkeer, de stad komt tijdens de spits in files tot stilstand, de stookoliedampen van de zeeschepen in de haven drijven over de stad, smalle trottoirs leiden naar drukke winkelstraten en verkeerspleinen. Wij vielen voor die andere kant van Las Palmas: de mooie gerestaureerde binnenstad, de tapas op donderdagavond, het stadsstrand waar Scheveningen een puntje aan kan zuigen: een brede boulevard zonder schreeuwerig vermaak, wel een plek waar de stad tot rust komt, diep ademhaalt, waar verliefde stelletjes handjes vasthouden terwijl de hemel rood kleurt aan het eind van weer een prachtige Canarische dag. Want wat is het weer hier heerlijk!

Wij hielden ons vooral op rondom de marina in Las Palmas, in goed Nederlands: de jachthaven. Ik deed klusjes aan de boot, waar onderdelen voor nodig waren en die zijn bij de watersportwinkels aan de kade ruim voorhanden. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat menig klus werd onderbroken doordat ik na het winkelbezoek halt hield bij de Sailors Bay Bar, Karin appte (‘ik drink even wat’) waarna Karin een uur later besloot ook te komen, om met mij het glas te heffen, waarna de namiddag zich als vanzelf voltrok. De gezelligheid won het menigmaal van het plichtsbesef. Zo raakten we tijdens diverse gelegenheden aan de praat met de zeilende couleur locale. Neem die bejaarde Amerikaan, een hoed als Clint Eastwood, met grijze baard, een accent uit het diepste zuiden van de Verenigde Staten dat de communicatie ernstig bemoeilijkte. Zijn articulatie was bovendien zeer matig door zijn beroerde gebit. Eén scheve tand in de onderkaak, wellicht ergens verstopt nog een tweede of derde, maar veel meer was het niet. Zijn naam weet ik niet meer, heb ik eigenlijk nooit goed verstaan, want na drie keer is het te lullig om nog een keer te vragen hoe iemand heet. Wel begreep ik, en is door andere bezoekers van de bar bevestigd, dat hij zeventien keer de Atlantische oceaan is overgestoken. Met een bootje van pakweg tien meter, dat bij windstiltes weinig hulp kreeg van een dieseltje met, op vol vermogen, slechts tien pk. Deze man zeilt zijn hele leven alleen, ik kon hem niks vertellen, hij wist alles, deed alles op zijn manier.

Een andere figuur uit het toneelstuk dat dagelijks op het terras van de Sailors Bay Bar wordt opgevoerd is half-Deen-half-Brit Jan. Zijn naam ken ik goed, en met mij het hele terras, want hij praat nogal hard. Zijn hele leven heeft hij mijnen geruimd, eerst voor het Britse, daarna voor het Deens leger, de knallen hebben zijn gehoor aangetast en het hele terras geniet mee. Hoewel de meeste bezoekers eerder geïrriteerd lijken, aangezien zijn gebulder het gesprek aan andere tafels hindert. Wandelende mijnen, het ontstekingsmechanisme, de mijnenadministratie van de moffen, de in en outs van het mijnen ontmantelen deelt hij met eenieder die het wil  – of niet wil – horen. Jan loopt met een stok, het gevolg van een zwaar motorongeluk, het is een wonder dat hij nog leeft. Jan slijt samen met zijn vrouw zijn laatste jaren op zijn bootje in de haven. Terwijl Jan dit luidkeels en breedsprakerig uit de doeken doet, en voor onze tafel nog eens bier bestelt, zit naast mij Richard. Hij heeft Ladybird, voormalig Canarische zwerfhondje, op schoot. Richard is een rustige, ongelofelijk aardige kerel, woont na allerlei zeilreizen al negen jaar op zijn boot in Las Palmas, samen met zijn vrouw. Ze liggen aan dezelfde steiger als wij. Toen hij me op een dag met een lege gasfles zag zeulen zei hij: die kun je twintig kilometer verderop laten vullen. Ik rij je er morgen wel naartoe. Kom daar in een Nederlandse bloemkoolwijk maar eens om. De dag erop zaten we in zijn auto, we vertelden elkaars levensverhaal, toekomstplannen, deelden onuitgesproken de waardering voor warm menselijk contact.

En toen kwamen Joris en Liselot aan boord en waren we weer met z’n vieren. Ze zeilen met ons mee naar de overkant, via Kaapverdië. Wat een feest om weer bij elkaar te zijn! Na een paar dagen voorbereidingen, klussen, bunkeren, afgewisseld met een middagje surfen en laatste bezoek aan de Sailors Bay Bar, was het op 31 december zover: surfboards vastgesjord aan de reling en trossen los. Volgens de pilot – gids voor zeilers – over dit gebied was het oppassen geblazen voor de gevreesde acceleratiezones. Winden worden tussen de Canarische eilanden doorgeperst. Een gezapig windje kan zich ontpoppen tot een windkracht 8. Niet handig als je daar niet op voorbereid bent. Maar wij hadden geluk. De wind kwam uit het zuidoosten, de acceleraties bleven daardoor uit. We zeilden de oostkust van Gran Canaria af, het eerste stuk afkruisend, en gingen op oudejaarsavond voor anker bij de zuidpunt, Maspalomas. Na een flesje bubbels met sterretjes in de hand (dankjewel Latoyah!) gingen we slapen. Het werd een hobbelig nachtje, er was bij deze wind te weinig beschutting achter het kaapje. We besloten de volgende dag in één keer door te zeilen naar La Gomera. We voeren de dag en nacht om Tenerife heen, met een machtig uitzicht op El Teide, de niet te missen vulkaan van Tenerife. Columbus voer er op 24 augustus 1492 ook langs. En toen gebeurde het: El Teide barstte uit. In zijn dagboek schrijft hij: ‘Veel bemanningsleden waren verbaasd en ook wel bang. … Ik heb hun de oorzaak van zo’n enorme vuurzee verklaard.’ Columbus verkocht hen een broodje aap verhaal, want in die tijd wist niemand waarom en hoe vulkanen uitbarsten, welke ondergrondse krachten werken en hoe de vork in de steel zit. Ook Columbus niet. Dat werd pas later duidelijk, eigenlijk pas in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de platentektoniek algemeen werd aanvaard als geologisch verklaringsmodel. Ok boomer!

Zo konden we wennen aan elkaar op de boot, overdag en in de nacht, probeerden de wachtindeling uit, vooruitlopend op de oversteek naar Kaapverdië en kwamen in de vroege ochtend aan bij La Gomera. Liselot stuurde Catherine in het pikkedonker, ons oriënterend op de kaart en een lichtgevende boei, de havenkom in. Ik nam het roer over, Joris, Karin en Liselot legden landvasten en stootwillen klaar. Via de marifoon riepen we de jachthaven op. Daar wachtte een vriendelijke marinero ons op. Toch handig als je gereserveerd hebt. Hij scheen met een zaklamp op de steiger: hier moet je wezen. We meerden af, wisselden beleefdheden uit, deden een dutje, waarna we enkele uren later naar een betere ligplaats werden begeleid.

Nu vieren we een klein weekje vakantie op La Gomera, we wandelen, eten, praten veel met elkaar, rijden het eiland rond in Up 1, een gehuurde VW Up. De jachthaven ligt middenin San Sebastian, een bescheiden stadje waar het toerisme niet al te dominant aanwezig is. Geen betonnen blokken hotels of andere wanstaltige architectuur. Ook hier gaat het Canarische leven gewoon door, terwijl zeilers en enkele andere toeristen samen met de eilandbewoners de terrasjes bevolken. Op het pleintje slenteren mensen zonder bestemming, gewoon lekker buiten zijn met elkaar. Aan de kade zitten drie mannen op een muurtje, zoals ze waarschijnlijk al jaren doen. Hoedjes op, benen wijd, de dikke buik ertussen en de hand op een wandelstok. Zo wordt het laatste nieuws besproken. Op 6 januari is het Driekoningen. Dit christelijke feest wordt de avond ervoor uitbundig gevierd, qua sfeer een soort mengeling van Kerst en Sinterklaas, met de drie wijzen uit het oosten, waarvan één donker, maar niet geschminkt, zoals bij het volksfeestje in Nederland nog vaak wel het geval is. Het wordt een feestelijke gebeurtenis: een trommelband, kinderen die op een podium cadeautjes krijgen van de drie heren. Geen onvertogen woord, geen politie, geen spanningen, blije kindergezichtjes, vertederde ouders. Zo hoort een kinderfeest te zijn! Heel bijzonder op La Gomera is de El Silbo, de lokale fluittaal, vroeger gebruikt om over de diepe dalen heen te kunnen communiceren. El Silbo wordt in de klas onderwezen en nog steeds gebruikt. In de haven, op straat en in de dorpjes op het eiland hoor je regelmatig het gefluit. Ontzettend grappig!

Woensdag 8 januari nemen we afscheid van de Canarische eilanden en vertrekken we naar Kaapverdië, een afstand van 900 zeemijl, pakweg 1650 kilometer. Afrika! Op Facebook en Instagram laten we natuurlijk direct weten als we er zijn. We hebben er ongelofelijk veel zin in. Groet van ons vieren!

Eric

30 december 2019

Tijdens de maanden november en december verkeer ik normaliter in een lichte herfstdip. Dit jaar is dat echter totaal anders. Het vrolijke, zonnige klimaat van de Canarische eilanden doet me bijzonder goed. Ik acht het bij deze bewezen: de afwezigheid van zonlicht veroorzaakt mijn herfstdip.

We vertrokken eind november van Madeira richting de oostelijke Canarische eilanden. Het liep anders. De oostelijke wind blies ons zuidwaarts naar Gran Canaria en sindsdien liggen we in de marina van de hoofdstad Las Palmas. Gelukkig is het hier goed toeven. Een grote haven met alle voorzieningen die we nodig hebben voor de grote trips die nog gaan komen. Zoon Joris en dochter Liselot stappen op en vanaf hier vervolgen we met zijn vieren onze reis.

Het is erg gezellig in de haven. We ontmoeten mensen uit allerlei landen, die bezig zijn zich voor te bereiden op hun grote reis. De meesten gaan richting Kaapverdië en van daaruit naar Zuid-Amerika of de Caraïben. Zoals wij. We zwaaien regelmatig mensen uit waarmee we een praatje hebben gemaakt of een biertje hebben gedronken. Weer anderen wonen hier al jaren op hun boot. Opvallend is de hoeveelheid Nederlandse vlaggen. Inmiddels zijn we er wel achter dat dat zogenaamde nep- Nederlanders zijn. In Nederland schijn je je boot gemakkelijk, snel en goedkoop (geen belasting) te kunnen registreren. Spaanse en Portugese zeilers maken daar graag gebruik van. We kwamen zelfs een Canadese boot tegen met een Nederlandse vlag.

Hier zijn enorm veel mensen die zich aanbieden als bemanningslid. We worden regelmatig gevraagd of we nog bemanning nodig hebben. Overal hangen advertenties waarin mensen zich aanbieden als bemanningslid en er lopen jongeren met een bord met ‘Brasil’ langs de steigers. Op het strandje naast de marina slapen veel jongeren in afwachting van een lift. Het aantal onervaren bemanningsleden dat zich de laatste tijd aanbiedt, is aanzienlijk toegenomen aldus Yvonne, een lagere schoolgenoot van Eric die we bij toeval troffen bij de Sailors Bay Bar. Zij is een ervaren opstapper en is al meerdere keren de oceaan overgestoken. Tegenwoordig bieden steeds meer (onervaren) jongeren zich aan als bemanningslid. Sommigen zijn misschien nog nooit aan boord van een zeilschip geweest. Als schipper neem je een risico als je ze meeneemt, je zit soms weken aan boord met iemand die misschien wel erg zeeziek wordt, angstig is of heel onhandig is en dingen kapot maakt. Deze verhalen horen we bij de Sailors Bay Bar, waar we regelmatig een pintje pakken of een echte Italiaanse pizza eten, andere wereldzeilers en oude bekenden ontmoeten. De Italiaanse eigenaar is zelf ooit met z’n zeilboot hier terecht gekomen en nooit meer weggegaan.

We huurden een autootje en verkenden het eiland. Op Gran Canaria zijn allerlei microklimaten en  verschillende landschappen: droge, bruine heuvels begroeid met cactussen en met palmen begroeide dalen. In het midden van het ronde, vulkanische eiland een groen berglandschap met toppen van bijna 1900 meter. In het noorden vind je zwarte lavastranden en in het zuiden het duinlandschap van Maspalomas met uitgestrekte goudgele, zandstranden. De hoogte van de temperatuur hangt erg af van waar je bent. Wij gingen op een ochtend naar de bergen voor een wandeling. We hadden alleen regencapes en vestjes bij ons. Een korte broek leek ons prima te doen. We vertrokken vanaf Las Palmas met een lekkere temperatuur, een graad of 23 en reden via steile kronkelweggetjes de bergen in. De temperatuur daalde snel en op de plaats waar onze wandeling zou beginnen gaf de temperatuurmeter van de auto 6 graden aan. We parkeerden de auto en begonnen onze wandeling naar de een na hoogste top van het eiland: Roque Nublo. Na zo’n 200 meter kwamen we uit de beschutting en had de wind vrij spel. Het waaide en regende keihard en we wisten niet hoe snel we terug naar de auto moesten komen. Gelukkig dat we vervroegd terug waren gekeerd want we zagen nog net hoe een man bij de geopende achterbak van onze huurauto stond. Eric rende achter hem aan en ik ging snel in de auto kijken of hij iets had gestolen. Hij bleek niets te hebben meegenomen maar had wel zitten roken in de auto. Het was een vervelend incident dat met een sisser is afgelopen, maar we hebben toch weer een lesje geleerd: beter op onze spullen letten.

We kregen bezoek uit Nederland van mijn moeder en zus Margreet. We gingen nu voor de tweede keer naar Roque Nublo. Mijn moeder bleef in een mooi gelegen Parador hotel met prachtig uitzicht en wij ondernamen een nieuwe poging, nu met z’n drieën. Deze keer met meer succes, het was stralend weer en deze keer had ik mijn lange broek wel thuis kunnen laten. Het was erg fijn om familie over te hebben uit Nederland. Mijn moeder genoot met volle teugen en deed middagdutjes op het strand, op onze boot en in de Parador terwijl wij drieën een wandeling maakten.

We zijn ook vijf dagen Fuerteventura geweest: een vakantie in een vakantie. Ik had een leuke Airbnb gehuurd bij een geitenfarm. We hebben daar afgesproken met Joris en Liselot. Later volgt nog een verslagje van onze tijd op Fuerteventura. We zijn inmiddels met z’n vieren terug op Catherine in Las Palmas. Het is heerlijk om weer herenigd te zijn! Morgen beginnen we aan onze grote reis naar Suriname via Kaapverdië. We maken eerst nog een paar korte tussenstopjes op Gran Canaria, Tenerife en La Gomera, zodat Liselot en Joris nog een beetje kunnen wennen aan het zeilend leven voordat we echt het ruime sop kiezen. Wordt vervolgd!

 

Karin