De meeste mensen deugen, ook op Saint Lucia

28 augustus 2022

Hoe plan je een zeilreis? Wat wordt de vertrektijd, hoe laat gaan we ankerop, hoe laat willen we aankomen? Dat laatste geeft bij ons de doorslag. Zoals nu, tijdens ons vertrek van Dominica. We gaan terug naar Trinidad, en maken stopjes onderweg bij Martinique (lekker makkelijk, even bijkomen met camembert), Saint Lucia (hadden we overgeslagen tijdens de heenreis) en Carriacou (voelt als thuiskomen). De eerste stop wordt dus Martinique, een tochtje van pakweg 100 mijl en met 5 knopen (voor niet-zeilers: een knoop is een zeemijl per uur en een zeemijl is 1,852 km/uur) gemiddeld is dat ongeveer 20 uur zeilen. Met een marge van vier uur sneller (stroom mee, goede wind) of langzamer (door de onvoorspelbare stroom of windstilte) kiezen we voor een vertrektijd rond het middaguur, zodat we bij daglicht aankomen. Want ’s nachts aankomen en in het donker een ankerplek zoeken vinden we niet leuk. Ik haal het anker binnen, berg het op, terwijl Karin Catherine de baai uit stuurt. Dag Dominica, bedankt voor de gastvrijheid. Dag Pays, jachtclub van houtje-touwtje en een beetje rauw maar o zo fijn, we komen een keer terug. Waarschijnlijk, want met zeilen weet je het maar nooit.

De zeilen hebben we inmiddels gehesen, als ik Arie, onze windvaan-stuurautomaat, aan het werk zet. In de hoop dat de luwte achter het eiland mee zal vallen, zetten we de zuidelijke koers uit. Al snel blijkt dat de eerste vulkanische piek te hoog is en de oostenwind tegenhoudt. Windstilte. Motor aan, Arie los, genua in. Zo hannesen we langs de kust van Dominica, een van de mooiste eilanden die we tot nu toe aangedaan hebben. Zie ons vorige blog. Af en toe profiteren we van een zuchtje wind, rollen de genua uit, en na een kwartiertje gaat de motor weer aan. Op de heenreis dreven hier uitgestrekte velden zeewier, nu ligt er gelukkig vrijwel niets. Terwijl de kust voorbij trekt, pakken donkere wolken zich samen. Eerst boven land, dan maakt de grijze massa zich los van de bergen en komt in onze richting. Na enige tijd is alles grijs. De dag loopt op z’n eind. Het is weer windstil, de motor draait z’n toeren, een spookachtig beeld, donker, grijs, onheilspellend.

Dan barst de regen los. Vanochtend nog niet voorspeld (of niet goed gekeken denk ik achteraf), maar des te heftiger. Ooit een tropische bui meegemaakt? Nou, deze bui doet er nog een schepje bovenop. Dikke druppels, recht naar beneden, het zicht is belemmerd. In de kajuit is het met dichte luiken warm en broeierig, zeer onaangenaam, als een stoomsauna. Ik trek mijn zeiljas aan. Het ding, een jaar voor vertrek uit Rotterdam aangeschaft tegen een forse prijs, legt het af tegen de bui. Binnen twee minuten ben ik drijfnat. Uit dat onding. De bui houdt aan, het blijft gieten. Na een uur is het dek mooi schoongespoeld en draai ik de dop van de watertank eraf. Hup, na een tijdje is die volledig gevuld. Het blijft gieten, de hele avond. Ik zoek een beetje beschutting onder de buiskap en bimini, maar dat lukt amper. Ik ga dan even naar binnen, droog me af, trek een droge onderbroek en hemd of T-shirt aan, maar als ik heel even buiten ben om aan een lijntje te trekken of iets anders noodzakelijks te doen is alles doordrenkt. We zitten inmiddels rond middernacht. Druipend zie ik dat ik nog maar één droog setje heb. Die bewaar ik. Het laatste uur van de helse bui loop ik in m’n blootje door de kajuit en kijk ik af en toe in de kuip of er geen scheepvaart in de buurt is. Tussendoor droog ik me af met een handdoek.

Dan houdt de regen op. Tussen donkere wolkenflarden zie ik af en toe de  maan en sterren.  Een zuchtje wind, net genoeg om te zeilen. Ik trek m’n laatste droge setje aan, breng Catherine zeilend op koers, en dan begint de nacht echt. Nachtzeilen, het is altijd weer bijzonder, alsof je weggezogen bent uit de werkelijkheid, je in een andere wereld verblijft. De wind trekt aan naar normaal: 20 knopen, een goeie 5 Beaufort. Twee rifjes in het grootzeil, de genua een half metertje ingerold, zo zeilt Catherine comfortabel. Ik voel dat ze meer kan hebben, maar het zeilt ontzettend prettig. Ruim vijf, soms zes knopen, geen zorgen dat als er een nachtelijke storing overtrekt, Catherine te veel zeilt voert. No hurry, no worry.

We naderen Martinique. Het silhouet doemt op, en met de noordelijke kaap in de buurt buigt de wind af, terwijl de oostelijke hemel langzaamaan oplicht. Met Karin weer in de kuip zeilen we langs de kust. Nog een uurtje later en Catherine ligt vrijwel op dezelfde plek als waar we twee weken geleden ankerop gingen: vlakbij St Pierre, het door een verwoestende vulkaanuitbarsting in 1902 verminkte stadje. Hier vullen we de voorraden aan met Franse lekkernijen en denken met een soepele rode wijn in de hand vooruit: wat gaan we doen als we terug zijn in Nederland? Dat onderwerp komt natuurlijk vaker ter sprake, maar nu zijn we concreet. Karin solliciteert de volgende dag vanaf Catherine als docent bij haar vorige werkgever en wordt dezelfde week aangenomen. Verder besluiten we een camperbusje te kopen, want we willen ook op het land vrij zijn als nomaden. We snuffelen alvast op internet welke het gaat worden.

Dan gaan we weer ankerop. We willen naar de hoofdstad Fort de France, vertrekken met een suf briesje, dat na een tijdje aantrekt tot een stevige oostzuidoostelijke wind, die zelfs even boven de 30 knopen uitkomt. Zo is het zeilen in de Cariben: er kan elk moment een storing overtrekken en dan blaast het behoorlijk. We zouden het laatste stuk moeten opkruisen, de baai in. Daar hebben we geen zin in. We zeilen strak door, het gaat lekker, hoog aan de wind, en komen laat in de middag aan bij Grande Anse. Of is het Petit Anse, dat blijft ook na een paar dagen onduidelijk. We liggen in een fraaie baai en zien Saint Lucia liggen. Dat eiland hebben we op de heenreis overgeslagen. We hebben minder positieve geluiden opgevangen, maar we weigeren het oordeel van anderen klakkeloos aan te nemen. Het zou onveilig zijn, met diefstal en zelfs overvallen op zeilers. De bevolking zou heel onaardig zijn, aldus een goede bekende van me die er geweest is. En zelf zien we op tegen de massaliteit van Rodney Bay, het schreeuwerige toeristen- en zeilcentrum waar de collectieve oceaanoverstekers van de Atlantic Rally for Cruisers met honderden tegelijk op af koersen. Die baai slaan we lekker over. Wij zetten koers naar de kleinere Marigot Bay.

Ankeren en ankerop gaan: het is inmiddels routine, realiseer ik me als ik bezig ben met het ankergerei en Karin achter het roer staat. Toen we vertrokken was dat één van de uitdagingen waar we als beginnende zeenomaden voor stonden. Tuurlijk, ankeren deden we ook in Zeeland, en af en toe tijdens tripjes naar bestemmingen aan de Noordzee en Denemarken. Maar bij voorkeur knoopten we vast aan een ankerbolletje. Nu gooien we het anker uit, hebben een protocolletje dat we afdraaien met als laatste handeling het ter hand nemen van het ankerbiertje.

De oversteek naar Saint Lucia is een eitje. Rifje voor het comfort, Arie doet braaf z’n werk en wij hangen wat in de kuip. Een eenvoudig dagtochtje, ’s ochtends weg, ’s middags weer voor anker. We krijgen een goeie ankertip van ‘bevriende’ (aanhalingstekens want we kennen ze alleen via Facebook) zeilers: bij Marigot gelijk aan de noordkant van de vaargeul, daar is goeie ankergrond en liggen we beschut als in een zwembad. Het inklaren verloopt soepeltjes, wel even wennen aan een polsbandje dat aangeeft dat we corona-proof zijn. We huren een auto en onze ontdekkingstocht door dit eiland-land kan beginnen.

De heuvel naast de baai is steil, onze 4WD trekt zich omhoog en we stoppen als zich een geweldig uitzicht aandient. Daar beneden ligt onze Catherine, eenzaam voor anker tussen groene heuvels, voor de ingang tot de baai van de dure marina. Een prachtig tafereeltje, maar een beetje zorgelijk ben ik wel: Catherine ligt toch wel veilig, zo alleen met niemand aan boord? We liggen er gratis, wordt er niemand boos? Dan horen we een uitroep van een diepe vrouwenstem: ‘Hey!’ Niet tot ons gericht, de vrouw staat in een knalgroen onderkomen, een soort patatkraam op wielen, en groet een voorbijrijdende auto. We nemen een kijkje. De vrouw stelt zich voor als Caroline en prijst haar roti’s aan, bereid met kruiden uit haar eigen tuin, ‘no chemicals’, alles vers, we nemen de vegetarische roti mee voor lunch onderweg.

Een half uurtje later zitten we tussen tropische bomen de overheerlijke roti’s te eten. We beginnen aan een wandeling die start bij een onderkomen van het lokale Staatsbosbeheer, de Luciaanse variant van de nationale natuurbescherming. Een jonge vrouw loopt ons naar de ingang, die is op slot, sleutel erin, hek open en ze begeleidt ons de eerste honderd meter. ‘Dit pad is deel van een netwerk dat heel het eiland beslaat. Wij zorgen voor de bewegwijzering en het onderhoud, zoals de tredes op steile hellingen en we zetten stokken klaar voor de wandelaars’. Ze reikt ons er twee aan, wenst ons een fijne tocht en loopt terug naar haar werkplaatsje. Wat zowel Karin als mij opvalt is de kracht en het zelfbewustzijn dat deze stoere, intelligente jonge vrouw uitstraalt: met mij valt niet te sollen. Het pad is inderdaad in goede conditie en het leidt ons langs prachtige vergezichten en over steile hellingen.

Een paar uur later rijden we terug naar Catherine. Op de heuveltop bij de baai zwaait Caroline ons tegemoet: ‘Hey!’ We drinken een biertje bij haar, bestellen alvast de roti voor de volgende dag, ze deelt wat culinaire geheimen en dan gaan we terug naar ons drijvende huisje. Een ritueel dat zich de dagen erna zal herhalen. Elke dag verklapt Caroline een geheimpje. Ze heeft ruzie met haar zus die veel geld verdient in New York en deze groene foodtruck heeft gefinancierd. De dag erop vertelt ze dat de ruzie is bijgelegd. Dan vertelt ze dat een neefje is doodgeschoten door de politie, die regelmatig voorbijrijdt en die je maar beter te vriend kan houden. Toch blijft Caroline opgewekt. Ze kent iedereen in het kleine dorpje, elke auto toetert bij haar truck en ‘Hey!’ is haar antwoord. Als ik even naar de auto loop en Karin alleen is met Caroline informeert ze met een knipoog naar ons intieme leven. Om daarna te verklappen welke brouwerij de beste rum maakt van het eiland. Elke middag tijdens een biertje is het lachen met Caroline totdat de laatste dag is aangebroken en we afscheid nemen. Via whatsapp krijgen we vervolgens elke dag religieuze boodschappen van haar. God bless you.

We verblijven een week in Saint Lucia en hebben alleen maar leuke ontmoetingen met grappige of aardige mensen. Elke ochtend krijgen we bezoek van Santa Claus, een goedlachse praatjesmaker die op een surfboard langszij komt en fruit en groente verkoopt. Veel te duur, maar zijn kinderen moeten naar school toch? Daar kunnen wij als welgestelde westerlingen niets tegenin brengen. Ook bijzonder: we beginnen aan een wandeling die start bij een doodlopende weg, Caroline’s roti in de rugzak voor onderweg, als twee jongeren om ons heen dralen. Wat willen ze? Gaan ze moeilijk doen, zeuren om geld, ons lastig vallen, onze auto openbreken als we weg zijn? We houden rekening met vervelende scenario’s, want Saint Lucia was toch zo onveilig? De jongens zeggen ook te gaan wandelen. Ze volgen ons. Met twee onbekende knapen alleen in het bos, dat is ongemakkelijk, maar in onze onderbuik zit het goed, we vertrouwen op onze intuïtie dat deze jongens niets kwaads in de zin hebben. Wat ze dan wel willen, blijft lang onduidelijk. Ze lopen met ons mee over het prachtige pad door ongerept bos. De oudste zegt weinig, hij lijkt de jongere te begeleiden. Het knulletje blijkt een slim kereltje, die na wat onhandige gesprekspogingen opeens honderduit loopt te vertellen wat hij wil worden, wat hij leuk vindt, dat hij een iPhone wil verdienen en over zijn favoriete oom. En dat we straks langs een radioactief huis komen. Dat blijkt fantasie, de ruïne is een voormalige dorpsgevangenis, diep in de jungle. Als we terug zijn bij de auto zegt het knulletje: ‘thank you, you made my dream come true, to walk with tourists and practise as a guide.’ De twee draaien zich om en lopen terug naar hun dorpje, want moeder zal wel ongerust zijn. We hielden rekening met opgeschoten jongeren die problemen zouden kunnen veroorzaken, maar ontmoetten onschuldige, ontwapenende kinderen.

Ons verblijf loopt op z’n eind. Over drie weken vertrekt onze vlucht naar Amsterdam, het is tijd om af te zakken naar het zuiden, richting Trinidad. We nemen afscheid van Caroline en van Saint Lucia, als zoveelste bewijs dat vooroordelen er zijn om ontkracht te worden en dat het op zoveel plekken in de wereld prachtig is, met mooie en goedwillende mensen die er het beste van proberen te maken. De meeste mensen deugen, ook op Saint Lucia. Wat zijn we blij dat we hier geweest zijn!

 

One thought on “De meeste mensen deugen, ook op Saint Lucia”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *