L’Aber Benoît, 29-8-2019

‘Als jij nou de boot regelt, verdien ik het geld’, zei Karin, nadat we een jaar of twee geleden de afspraak hadden gemaakt om richting Cariben te zeilen. Het leek mij een werkbaar voorstel. En op grote lijnen is het ook zo gelopen. Karin deed het goed als startend zzp-er en had volop werk. Overdag voor de klas, ’s avonds lessen voorbereiden. Of andersom: overdag nakijkwerk, lesgeven in de avonduren. Ik nam de zorg voor Catherine op me, maar omdat mijn werk ook het nodige vroeg, en een paar verbouwinkies in ons oude pand onontkoombaar bleken, schoot het klussen aan de boot er (te) vaak bij in. Zorgelijke blikken en onuitgesproken gedachtes van collega-zeilers in Strijensas (‘Wereldreis en nog zo veel te doen aan die boot? Gaat nooit lukken’) ving ik op, maar ik had opeens een bloedneus. Veel bootklussen hebben we de laatste maanden voor vertrek moeten inhalen. Toch, op hoofdlijnen, was de taakverdeling een goede. Want: afspraak is afspraak. En we zijn onderweg.

‘Als jij nou ….’, zo begint aan boord menig gesprek tussen Karin en mij, als poging tot een taakverdeling te komen. ‘Als jij nou boodschappen doet, ga ik koken.’ ‘Als jij nou opruimt, doe ik de reisvoorbereiding’. Of andersom: ‘Ik doe de was wel, dan kun jij de motor checken’. En zo komen Karin en ik er meestal wel uit. Op het water, zeilend, zijn we nog een beetje zoekende. Hoe lang duurt de wacht? Twee, drie, vier uur? Ik hou van de nacht, Karin minder (althans, op zee), dus van de donkere uren pak ik er het meest, en Karin pakt liever daguren.

Dat was nodig ook, nadat we uit Blankenberge waren vertrokken. We hadden afgesproken, of waren in ieder geval voornemens, naar Gravelines of Grevelingen vlakbij Duinkerken te zeilen. Maar het ging zo lekker – lopend windje in de zeilen, lieflijk geklots tegen de scheepshuid, bemanning in vakantiestemming – dat we besloten door te zeilen. ‘Als we nou naar Engeland gaan, schieten we lekker op. Ik doe de nacht wel, want het Nauw van Calais is druk vaarwater en daar hou jij sowieso niet van, zeker ‘s nachts niet. En zo zat ik urenlang in de kuip, in het donker uitkijkend naar talloze schepen, maar vooral naar die ene die op ramkoers voer. Dat werden er meerdere. Ik moest een paar keer uitwijken voor de grote jongens die op stoom lagen op de maritieme snelweg op de Noordzee. Onze nieuwe AIS, zojuist geïnstalleerd (bedankt voor je hulp Wim!) had wat kuren maar bewees zijn diensten. Ik vind het een leuke puzzel, het maritieme handwerk, een vrij complex vraagstuk met talloze variabelen: wind, schepen, stroming, boeien, voorschriften, navigatie, honderden knipperende, witte en gekleurde lampjes, het eigen schip. In je eentje aan dek in de nacht op je eigen boot is een afspraak met je enige zelf: ik breng boot en bemanning veilig naar de overkant. Alles onder controle, en toch blijft het een beetje spannend als uit het donker, schijnbaar uit het niets, op enkele honderden meters een stalen muur over je netvlies schuift.

Bij Dover kwam de zon op. Het dakluik schoof open. Een slaperig hoofd kwam tevoorschijn: ‘Waar zijn we?’ Karin nam het na een tijdje over, Dungeness gleed voorbij, de scheepswrakken van de Slag bij Hastings schoven onder ons door terwijl ik een uiltje ging knappen.

Elke zeiltocht heb ik er even zin in: het ouderwetse navigatiehandwerk met almanacs, getijdentafels, stroomkaarten, passer, potlood en gum in de hand, Bretonse plotter, peilingen met het peilkompas en lekker tekenen in de kaart. Op papier. Ook nu weer, nadat ik in de middag de wacht weer had overgenomen. Ik nam een paar peilingen. De boot stuurde zichzelf, langs de witte kliffen van de Engelse zuidkust. Benedendeks, op de navigatietafel, maakte ik een mooie constructie van lijnen. Hier, waar lijnen kruisen, zijn we dus, dacht ik met voldoening en schreef het tijdstip erbij. Een paar uur later deed ik het weer, peilen, tekenen. Hé, verrek, we zijn bijna op dezelfde plek als twee uur terug! Ik peinsde me suf wat de verklaring kon zijn. Ik was zeker van mijn pelingen. Ook de tekening in de kaart was goed. Hoewel… Toen zag ik het: ik had één van de belangrijkste afspraken ooit gemaakt in de maritieme navigatiegeschiedenis over het hoofd gezien. Dom!

En een beetje respectloos van mij bovendien, om een baanbrekend internationaal congres te negeren: in 1884 kwamen 25 landen bijeen in Washington. Onder voorzitterschap van de Amerikaanse president Arthur besloten zij dat de meridiaan die door Greenwich loopt door iedereen als nulmeridiaan zou moeten worden beschouwd. Heel gewichtig, uiterst nuttig, het maakte een eind aan wereldwijd gekibbel tussen kaartenmakers, en nog steeds de basis voor cartografie en digitale navigatie. En ik loop hier een beetje te klooien met mijn lineaaltje en haal links en rechts van die nulmeridiaan, west en oost, achteloos door elkaar. Schande Eric! Ik schaamde me er zo voor dat Karin het pas wist toen ze dit blog las. Na een nachtje bijslapen in Eastbourne zijn we een middag en nachtje doorgevaren naar Newtown, Isle of Wight, daarna in een middagje naar Poole gezeild. Daar is een prachtig breed estuarium, een waar ankerwalhalla. Inmiddels zijn we in Bretagne, na een probleemloze nachtelijke oversteek zonder verkeerde tekeningen. Huidige positie: 48.34.35 (Noord) 4.35.92 (West!)

Eric

 

 Eastbourne, 22-8-2019

‘Nou, jullie wereldreis komt wel hortend en stotend op gang’, was de reactie van zoon Joris op mijn mededeling dat ik een paar dagen naar huis kwam voor een tandartsbehandeling.

We hadden net een heftige tocht achter de rug van Vlissingen naar Blankenberge, toen mijn kiespijn echt te erg werd. Er moest nu toch snel iets aan gebeuren. De Belgische tandarts die wij consulteerden, zag op de foto een flinke ontsteking. Hij wilde de behandeling wel doen, maar dat zou alles bij elkaar twee weken gaan duren. Ik besloot daarop toch maar heen en weer te reizen naar Rotterdam en mijn eigen tandarts te bezoeken. Zij had maar een paar dagen nodig voor twee behandelingen.

Dus was ik weer even thuis in ons Rotterdamse studentenkamertje. Vier dagen om precies te zijn, een gezellig verblijf, afgezien van de twee nare tandartsbezoeken. Daarna voor de zoveelste keer afscheid genomen van de kinderen, de poes en een paar vriendinnen. Nu dan toch echt weg voor langere tijd!

Terug in Blankenberge kwam wereldzeiler Frank bij ons eten. Eric had tijdens mijn Rotterdamse verblijf kennis met hem gemaakt. Hij had net vijf jaar alle wereldzeeën bezeild. Inspirerend natuurlijk. Ik vroeg hem het hemd van het lijf. De mooiste zeilgebieden liggen nog ver voorbij het Panamakanaal, aldus Frank. Zuidelijk Polynesië in de Pacific is zijn favoriet. Oké, dacht ik, inspirerend, maar eerst maar eens weg zien te komen uit België.

De volgende ochtend vroeg, de zon was nog niet op, was het dan eindelijk zover. We zeilden die dag met een lekker windje en een stralend zonnetje uit Blankenberge.

De zee was vele malen vriendelijker dan tijdens onze tocht van Vlissingen naar Blankenberge. We voeren met een lekker weertje de sluis binnen. Eenmaal binnen ging het keihard waaien en regenen. Ik zal het moment dat de sluisdeuren in Vlissingen open gingen nooit vergeten. Ik zag een witte kolkende, klotsende massa voor me. Poort naar de hemel of naar de hel? De bootjes in de sluis treuzelden expres met wegvaren en de bui trok over. De zon ging schijnen, maar de zee bleef erg onstuimig, stroom tegen wind, de golven kwamen van alle kanten en de boot bonkte op het water. Binnen in de boot was van alles omgevallen en we waren vergeten een paar afsluiters dicht te doen. Dweilen en opruimen met zo’n onstuimige zee is geen pretje, het gevolg was dan ook dat ik een poosje katterig in de kuip heb gelegen. Lesje geleerd: alles zeevast, dan pas de haven uit, ook al lijkt het een mooie dag te worden.

De tegenstelling kon niet groter. Na deze onstuimige tocht voeren we de haven van Blankenberge binnen. Direct al na het binnenvaren kwamen we in een totaal rustig, bijna sereen sfeertje terecht. Een mevrouw op de steiger wees ons superenthousiast onze box aan. Dat dit enthousiaste binnenhalen eigenlijk bedoeld was voor een andere boot, mocht de pret niet drukken. Na al het gehotsenklots van de uren daarvoor was de aankomst bijzonder aangenaam. Zeilen gaat met pieken en dalen, dat bleek wel weer.

Dit verhaal schrijf ik op weg naar Eastbourne, Engeland. Rechts zie ik de witte krijtrotsen van de Engelse zuidkust. We zijn al 30 uur aan het varen op deze lieve, vriendelijke zee. Eric doet een dutje, want hij heeft de hele nacht doorgehaald tijdens de nachtelijke oversteek naar Dover. Het zonnetje schijnt en het leven is goed.

 

 

Karin