Geankerd in het aards paradijs 

Rotterdam, 31 juli 2025

‘Ah, Catherine!’ Op zijn Frans uitgesproken door Sylvie, met haar man eigenaar van de werf Panamarina, klinkt onze bootnaam het mooist. Luchtig, vrolijk, melodieus. Uit de mond van Engelse zeilers doet Catherine eerder denken aan een adellijke dochter of figuur uit plechtige literatuur. Ook dat klinkt gracieus, respectvol. Nederlandse sluiswachters verbasterden Catherine meestal tot  ‘Katrien! Schiet eens op in de sluis!’ Gezellig, een beetje volks. Hier in Panamarina lijkt het of de scheepsnaam mensen doet glimlachen bij het zien van ons bescheiden zeiljacht, een van de kleinste op de werf en aan de bolletjes waar vooral grote en dure catamarans zijn afgemeerd. We maken hier een tussenstop, op weg naar San Blas. Bevriende zeilers Akko en Liza hebben bij Sylvie voor ons een windmeter achtergelaten, die pikken we op. Ook maken we een reservering om hier in juni op de kant te gaan als we naar huis vliegen. En de voorraden moeten worden aangevuld. Na drie dagen bunkeren is Catherine afgeladen met houdbare proviand voor twee maanden en in tanks en jerrycans zit vierhonderd liter drinkwater. We gooien los in de vroege morgen, de zon verschijnt net boven de kim als we tussen de andere boten door naar de uitgang varen. Daar liggen aan weerszijden riffen dichtbij, maar we zijn hier inmiddels een aantal keren tussendoor gevaren, dus van zenuwen is geen sprake. De Caribische golven slaan stuk op het koraal en eenmaal buitengaats schommelt Catherine onregelmatig op de rommelige zee. Verder buitengaats, in dieper water, wordt de deining langer en overzichtelijker. Er is wat wind, niet veel, we hijsen de zeilen en maken wat vaart, 4 knopen. Ik vind het prima, zo komen we voor donker aan bij de San Blas-eilanden.

Een uur later valt de wind stil en gaat de motor aan. Het monotone geknor van het dieseltje werkt als een slaappil voor Karin. Ze trekt zich terug, oogjes dicht, en ik zit alleen in de kuip terwijl de kust voorbij schuift. Tevreden luister ik naar de inmiddels 33 jaar oude diesel. Voordat we vorige week in dat verschrikkelijke onweer terecht kwamen, zie het vorige blog, maakte de V-snaar de karakteristieke piepgeluiden. Een probleem dat steeds terugkeert. In plaats van de snaar weer op te spannen, besluit ik de gebruikte reserve snaar erop te zetten. Geen pretje om midden op zee aan de motor te sleutelen, maar het loont, met de oude V-snaar was het probleem opgelost. Blijkbaar had ik bij de dieseldokter.nl een verkeerde snaar besteld. Nu draait de motor en dynamo probleemloos.

Als de wind toch weer wat aantrekt zeilt Catherine onder vol tuig rustig en aangenaam. Zo naderen we in de namiddag de beoogde bestemming: het eiland Waisadelup. Bij de doorgaans oostelijke wind is dit een mooie beschutte ankerplek achter het eiland, de meest westelijke van de Cays Holandeses. Na twee pogingen houdt het anker goed. Dat moeten we zeker weten want de strook waar het niet te diep is en niet te dichtbij bij het prachtige, maar gevaarlijke rif, is smal. Als we eenmaal liggen draait de wind naar het westen, neemt toe en is het rif opeens lagerwal. Catherine ligt onrustig en trekt aan de ankerketting. We balen als een stekker, het begint al vroeg te schemeren door de bewolking, maar we hebben geen keus: we moeten verkassen. Ook de twee andere zeilboten gaan ankerop. In deze tijd van het jaar moeten we bedacht zijn op snelle lokale weersveranderingen. Uit het niets draait de wind, neemt in korte tijd toe tot 40 knopen, soms wel 60 of 70. Ofwel 130 km/uur, orkaankracht. De lokale benaming is Cullo de Pollo, de kip die zijn kont in de wind draait bij harde wind. Als die wind eenmaal waait als een malle, begint het vervolgens zo hard te regenen dat je geen hand voor ogen ziet en je als stuurman je duikbril moet opzetten. Wij nemen de enige juiste beslissing, gaan ankerop en ik laat de motor flink toeren maken om binnen het uur, hopelijk voor donker, bij Banedup te zijn. Dit is het oostelijke eiland van de Holandeses waar we vorig jaar aankwamen toen we vanaf Curaçao waren overgestoken.

Gelukkig hoeft de kip haar kont niet in de wind te draaien, de wind zet niet door en houdt het bij zo’n knoop of 25. In het bijna-donker laten we het anker zakken in de luwte achter Banedup, vrijwel op dezelfde plek waar we vorig jaar ook lagen. We ervaren een thuiskom-gevoel. Precies waar we op hadden gehoopt.

We lopen de volgende dag naar Ibin, de Guna die op dit eiland van zijn schoonfamilie een restaurant is begonnen. Guna’s houden hun cultuur zelfbewust in stand. Daarbij hoort ook de matriarchale overerving van bezittingen, zoals het eiland Banedup. Was ‘Ibin’s Restaurant – Welcome to our friends from all over the world’  vorig jaar een klein optrekje met een paar tafels, nu heeft hij een soort loopbrug gemaakt over het kraakheldere water en boven de zee een fors plateau gebouwd waar tientallen gasten een plek kunnen vinden. Ibin herkent ons direct als we over de loopbrug aankomen: ‘Welcome back! You haven’t changed at all!’ Zijn boodschap is nadrukkelijk gericht tot Karin. Ibin is oprecht een ontzettend aardige, behulpzame kerel en hij weet van aanpakken. Hij was chefkok in een groot hotel in de hoofdstad en tovert nu heerlijke gerechten uit zijn kleine keukentje onder het palmbladeren dak. De volgende dag zitten Karin en ik met z’n tweetjes aan een tafeltje op het plateau, zien de ondergaande zon, we bestellen een flesje wit en een driegangen menu. Tegen de achtergrond van de rode hemel vieren we zo mijn 63e verjaardag. Als ik dat zo opschrijf, ziet dat er oud uit, maar ik voel me goed en kan hopelijk nog jaren vooruit.

Na een paar dagen verplaatsen we Catherine naar de andere kant van het eiland. Ook daar is het water beschut door omringende eilandjes en het buitenrif dat de golven breekt. Het water is zo rustig, helder als kraanwater en vlak dat deze ankerplaats door zeilers tot ‘Swimming Pool’ is gedoopt. Als het anker in vier meter water op de bodem ligt, duik ik erin om te controleren of het goed is ingegraven. Dat zit wel snor, denk ik tevreden als ik me omdraai om terug te zwemmen naar Catherine. Dan lig ik oog in oog met een haai. Een haai! Op nog geen twee meter afstand! We kijken elkaar in de ogen, ik schrik me te pletter, slaak een harde kreet door mijn snorkel en doe wat ik niet moet doen: hard wegzwemmen met m’n flippers. Dat schijnt een trigger te zijn voor haaien, maar deze laat me gelukkig verder met rust en zwemt de andere kant op. Al zwemmend herken ik de haai met kleine bek: een ongevaarlijke verpleegsterhaai. Maar wel een forse, groter dan ikzelf, ik schat drie meter. Karin wacht me op bij de reling, ik klim aan boord met het kippenvel nog op mijn huid en doe mijn verhaal. Terwijl ik amper van de schrik ben bekomen zwemt een flinke rog onder de boot door. Welkom in San Blas, zeldzaam aards paradijs! Alleen te bereiken en ervaren met een (zeil)boot.

De Swimming Pool is een drijvend dorp van wereldzeilers. Zoals bij een landdorp is de sociale cohesie sterk. Bewoners kennen en helpen elkaar en organiseren gezamenlijke activiteiten. Binnen enkele dagen kennen we vrijwel iedereen op de zo’n twintig boten. Onze buren van de Sea Dragon zagen we al in Linton Bay, ze leven van de wind en de zee, vangen en verkopen verse vis. Twee boten verder ligt Debby met haar boot.

Aan boord bij Debbie

Een Australische weduwe die, nadat ze met haar man de wereld waren rond gezeild, hier 25 jaar geleden in de Swimming Pool aankwamen en nooit meer zijn weggegaan. Haar man is twee jaar terug overleden, ze is alleen op haar boot, maar heeft besloten hier te blijven, terwijl ze toch al dik 79 is. Een prachtmens. Haar gulle lach schalt geregeld over de ankerplaats en wanneer ja haar ook ziet, ze is altijd keurig opgemaakt en netjes in een fraaie jurk. Verderop een gezin met opgroeiende kinderen. Die hadden het moeilijk op school, konden niet aarden. Hun ouders kochten een grote catamaran en zeilden naar San Blas om hier de rust te vinden om te overdenken wat de volgende stap is.

Naast ons ligt een andere catamaran met een jong gezin, hun anker krabt. Ze willen ankerop, maar dat lukt niet. Ik ga erheen om te helpen, de ankerketting zit in de knoop. Als het probleem is verholpen blijkt dat de schipper docent is geweest op het Centrum voor Milieukunde in Leiden, waar ik in de jaren negentig mijn specialisatie Milieukunde heb gedaan. Kleine wereld. We trekken het meest op met een groep Duitse zeilers. Norbert en Sabrina hadden we zes jaar terug op Porto Santo ontmoet. Het duurde even voordat we elkaar herkenden, maar daarna was de klik er weer. We zijn dikke maatjes geworden. Ik hielp hen met een nieuwe windmeter, Norbert hielp mij met de onze. Zo heb ik in een week twee windmeters boven in de mast gerepareerd!

Overdag, voor de lunch, schrijf ik aan mijn boek dat volgend jaar uitkomt. Karin stapt dan in de kano, peddelt naar Banedup en doet daar haar duizenden stappen. Vaak loopt de Duitse Moni mee, die met haar man Olaf aan de andere kant van het eiland zijn geankerd. Karin begint plastic flessen, slippers, zakken en andere aangespoelde troep te rapen, maakt stapeltjes, die we om de paar dagen verbranden.

Afvalverbranding

Karin weet andere zeilers te enthousiasmeren met haar Beach Clean Up actie. Eerst ik, dan ook Moni en Olaf. Op een dag verzamelen en verbranden we met een groep zoveel plastic dat het vuur metershoog oplaait en de hele avond na smeult. Twee leuke jonge Duitse stellen helpen ook mee, Till en Fanny en hun kleuters met au pair Denise, en Lotti en Oskar.

Volleybeer

Al die aardige hartelijke mensen zien we dagelijks vanaf vier uur bij Ibin’s restaurant, dat deze weken als een soort buurthuis fungeert. Bij Ibin hangt een net en elke dag staan we te volleyballen. Na de  eerste set wordt het eerste blikje Balboa-bier opengetrokken.

Elke dag is het supergezellig, iedereen mag meedoen met ‘Volleybeer’. Voor mij, maar ook voor Olaf, was het een jaar of dertig geleden dat we hadden gevolleyd. Het is zo leuk dat ik overweeg om terug in Rotterdam maar weer eens een volleyballvereniging op te zoeken. Gewoon, omdat het nog kan en de prestatiedruk van vroeger eraf is.

Dan is het Karins verjaardag. We nodigen wat mensen uit voor een ‘potluck’ op het naast Banedup gelegen, piepkleine ‘Barbecue-eiland’. Als je komt, neem dan wat eet- en drinkbaars mee om te delen. We verwachten onze Duitse vrienden, maar wie zouden er nog meer komen op Karins 65e? We tuffen met salades en hummus naar het eilandje. Daar staan we versteld van de opkomst. Het hele strandje is bezaaid met bijbootjes, het hele dorp is er, tientallen mensen zetten een ‘happy birthday’ in, tieners, twintigers, dertigers, veertiger, vijftigers, zestigers, zeventigers. Karin krijgt een mooie zelfgemaakte verjaardagskaart met allemaal lieve gelukswensen. De tafels puilen uit van de gerechten, er is rumpunch en wijn, bier halen we van een barretje – feitelijk een koelkast onder palmbladeren – op het eilandje. Wat een feest! Tot in de schemering wordt ook hier gevolleybald, daarna gaat het tot laat door. Karin heeft misschien wel de leukste verjaardag ooit.

Cullo de Pollo is een veelvuldig besproken onderwerp. Allerlei tips worden gedeeld, zodat we op tijd kunnen zijn mocht het zover zijn. Eén: zet veel ketting uit. Twee: de wind draait naar west. Drie: eerst wind dan regen. Vier: hou de motor stand-by, mocht het anker gaan krabben, want 60-tot 70 knopen is geen uitzondering. Vijf: het duurt niet heel lang, een uur ofzo. Als op een dag de wind draait ben ik alert, gaat het gebeuren? Onze windmeter doet het dan nog niet, maar anderen nemen maximaal 40 knopen waar. Dat valt dus reuze mee, ook omdat er nauwelijks golfslag is. Ander mogelijk gevaar is de bliksem, die in deze tijd van het jaar bijna elke dag te zien is. Meestal boven de bergen op het vasteland, aan de horizon.

Karin is ondertussen op het eiland en ziet haar gele kano metershoog door de lucht vliegen. Samen met Levi redt ze de kano en legt hem in de hut van Ibins zus.

De zus van Ibin

Maar als op een namiddag boven ons de wolken samentrekken, de donderklappen enkele tellen na de flitsen klinken, is het spannend. Stroom uit, laptop en andere elektronica in de oven, dat als een isolerende Kooi van Faraday fungeert. Het is een uur spannend, het onweer is recht boven ons, maar niemand in de Swimming Pool is geraakt. Dit keer dan, want Olaf en Moni waren een vorige keer de klos. De bliksem sloeg in de mast en al hun navigatie-electronica was doorgebrand. Zo zijn er meer zeilers die dit hebben meegemaakt. Wat hebben wij een geluk gehad, midden op zee, een paar weken terug! Het onweer gaat gepaard met een stevige plensbui, waarmee we onze watervoorraad aanvullen.

Zo’n twee keer per week komt de veggie-boat langs. Er zijn er twee die van eiland naar eiland varen en bewoners van groente, fruit en soms wat eieren of andere levensmiddelen voorzien. Ibin’s restaurant wordt zo bevoorraad, waarna de veggie-boat langs de zeilers vaart, van boot naar boot. Het is zelfs mogelijk bestellingen te doen. De spullen worden dan helemaal uit Panama City gehaald en vervolgens gedistrubueerd in de San Blas-eilanden. Zo is er in deze afgelegen regio, door Guna’s in autonomie bestuurd, een oplossing voor schaarste en logistieke belemmeringen. Een vervoersbedrijfje, bestaande uit een panga met enorme buitenboordmotor, haalt je op, brengt je naar het vasteland waar een busje je naar de bestemming rijdt. Lokale mensen leven simpel, vangen vis en verkopen die. Op veel eilanden staat een op zonne-energie aangedreven koelkast waarin koud Balboa-bier staat, die de zeilers gretig afnemen. Bijvoorbeeld na een potje volleyball, de sport die de Guna’s zelf ook graag beoefenen. Ze organiseren toernooien. Teams van verschillende eilanden komen dan samen op de grootste eilanden, dichtbij het vasteland, en het hele dorp loopt uit en moedigt de sporters aan. Maar hier op Banedup is er maar één lokale volleyballer, de neef van Ibin, Levi, die graag met ons meespeelt als het rustig is in het restaurant.

Onze tijd zit erop. Als de wind tijdelijk in de goede richting blaast maken we Catherine klaar voor de etappe terug naar Panamarina. Drie andere boten maken dezelfde trip. De matige, ruime wind bezorgt ons een voorbeeldige zeildag. De volgende avond zitten we met het gezelschap pizza te eten in een eenvoudig wegrestaurantje bij Linton Bay. Twee boten zeilen de volgende dag door naar Shelter Bay Marina, aan de monding van het Panama Kanaal. We blijven over met Lotti en Oskar. We spreken af om met z’n vieren in hun huurauto naar Panama City te rijden en daar een paar dagen door te brengen. Eerst gaat Catherine op de kant. De mannen van Panamarina komen aan boord, trossen los, ze geven me aanwijzingen als ik Catherine naar de scheepshelling stuur. Daar wordt ons drijvend huisje op het droge getild en naar haar plek gereden. Een week lang bereiden we Catherine voor op een lang verblijf op de kant, want waarschijnlijk blijven we een jaar in Nederland en staat Catherine veilig maar verweesd tussen de tropische bomen.

Daar komen Oskar en Lotti aangereden. We leggen onze bagage in de achterbak en in de stromende regen rijden we naar de grote stad, die Panamezen simpelweg ‘Panama’ noemen. We nemen onze intrek in een klein hotel in het oude stadsdeel, onze vrienden verblijven elders.

Rooftop swimming pool

Dit deel van de stad is prachtig gerestaureerd en de sfeer op straat is ontspannen. We maken hier en daar een praatje met Panamezen, dwalen door de wijk, kijken uit over de Stille Oceaan die we wellicht nog een keer gaan bezeilen. Wanneer en wat we gaan doen in de toekomst gaan we het komend jaar met elkaar bespreken. Ons rest nu nog één keer een gezellig avondje met Lotti en Oskar. We eten en drinken met elkaar, lachen de avond door, de ene anekdote na de andere, afgewisseld met een serieuzer onderwerp. We zakken af op een trendy dakterras en voordat we het weten is het middernacht, nemen we afscheid en lopen naar ons hotel. Zoals met Lotti en Oskar ervaren we vaker tijdens onze zeilreizen dat we vriendschappen maken, wetend dat die gebonden zijn aan tijd en plaats. Veel van die nieuwe vrienden zullen we niet meer zien, anderen komen we op onvermoede momenten weer tegen, of we zoeken elkaar op. Of we blijven ze volgen op sociale media.

Met Lotti en Oskar

Hoe het ook loopt, die vriendschappen ontstaan in openheid en vrijheid, waardoor het contact kortstondig is, maar ook met oprechte wederzijdse belangstelling en intensief. Zo anders dan de langdurige vriendschappen thuis, bedenk ik me als we de volgende dag in het vliegtuig stappen. Maar thuiskomen is ook fijn en daar verheugen we ons enorm op. Inmiddels zijn we thuis in onze oude vertrouwde pand in Rotterdam Delfshaven en voelen we ons weer helemaal thuis bij onze vrienden en familie.

We zijn herenigd met Liselot. Joris en Maud zijn inmiddels terug van hun zeiltocht over de Atlantische Oceaan. En we hebben gezinsuitbreiding van de kleine Kiwi. Wordt vervolgd!

Eric

 

Piet van Casa X

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *