29 november 2019

Langzaam, uur na uur, gaan de lampjes en lichten van Madeira over in een gloed aan de horizon. Hoe lang duurt het voordat een eiland volledig uit zicht verdwijnt, hoe groot is de afstand? Wim, goede vriend en opstapper op dit traject, tovert het antwoord uit zijn mobiel: ‘de wortel uit de hoogte van het eiland, plus de wortel uit de hoogte waar je staat, dat maal 2,12, dan heb je de afstand tot het eiland’. Terwijl we ons buigen over deze toepassing van Pythagoras, zien we een vreemd verschijnsel aan de andere horizon. Waar donkerte zou moeten zijn, ontwaren we talloze lichtjes. ‘Islas Desertas’, is mijn eerste reactie. Deze eilandengroep, op enkele mijlen afstand, zou volgens de kaart niet verlicht moeten zijn, maar ja, een kaart is slechts een weergave van de werkelijkheid. Maar de eilanden liggen aan bakboord, niet voor ons. ‘Vissersboten?’, vraagt Wim zich af. Maar dan zouden we ook groene en rode lampjes moeten zien. Ik neem een peiling. Even later nogmaals. Oei, die lampjes verplaatsen zich redelijk snel. Zo snel, dat we dicht in de buurt moeten zijn. Ik kijk op de kaart: het is hier een slordige 2500 meter diep, dus boeitjes kunnen het niet zijn, lijkt mij, want die liggen toch vast aan de bodem? ‘Het zijn boeitjes, van vissers’, zegt Karin gedecideerd. Ze heeft gelijk. Maar het voelde toch een tikje verontrustend, al die lichtjes terwijl we donkerte hadden verwacht.

Als we alle boeitjes zijn gepasseerd, Madeira volledig uit beeld is, Karin en Wim ter kooi gaan, blijf ik alleen in de kuip. Rust. Stilte. Volledige donkerte, geen hand voor ogen; het is bijna nieuwe maan. Gekabbel van een heerlijk rustig zeetje, een fijne, ruime wind van een knoop of 10 á 15. Arie, de windvaan, stuurt de boot. Ik hoef niks te doen. En dan komen de gedachtes. Hier, ergens tussen Madeira en de Canarische eilanden, lag Charles Darwin zeeziek op bed in zijn kooi, in januari 1832. Hij kwam amper aan dek, zo beroerd was hij. Wekenlang. Toch las hij boeken, boeken die een enorme impact op zijn latere werk zouden hebben. Hij verslond ‘Personal Narrative’, het zevendelige werk van natuuronderzoeker Alexander von Humboldt, Darwins grote inspiratiebron. Darwin had ook ‘Principles of Geology’ bij zich. Dit boek van Charles Lyell was zojuist verschenen. Kernpunt: alles op aarde is het gevolg van processen die nog steeds doorgaan. Kernpunt twee: alles voltrekt zich over onvoorstelbaar lange periodes. Met andere woorden: vergeet het scheppingsverhaal. Daar had de godsdienstige Darwin, die bijna een carrière in de kerk was begonnen, moeite mee. Juist Darwin zou later met zijn evolutietheorie – inmiddels onomstreden paradigma – afrekenen met alle bijbelverhalen over het ontstaan van de aarde en het leven en vooral: het ontstaan van de mens. Het begin van Darwins baanbrekende inzicht ontstond dus hier, waar wij nu zeilen, waar het water nu kabbelt. Genoeg daarover, want de beelden van de afgelopen twee weken Madeira komen als een film voorbij terwijl Catherine met deining en wind wordt meegevoerd.

Paula, een oude schoolvriendin van Karin, woont met haar man Frans op Madeira. Ze zijn verliefd op het eiland en dat begrijpen we heel goed. Madeira is prachtig en de mensen ongelofelijk aardig en behulpzaam, zoals eigenlijk alle Portugezen die we hebben ontmoet. Paula en Frans praten ons bij op een terrasje in hun woonplaats Machico. Frans en ik aan alcoholvrij bier – goed te doen! – Karin en Paula aan de groene wijn – echt waar, vinho verde! Op deze zachte zondag flaneert men voorbij, verliefde stelletjes, jonge gezinnetjes, grote families aan de late lunch, luidruchtig gelach naast ons, af en toe een rondkijkende toerist, uitzicht op de baai, het vissershaventje en het dorpspleintje met markt. Machico was ooit de hoofdstad van Madeira, vertelt Paula. Aan het eind van de dag tuffen we met ons huurautootje terug naar de oostkant, waar onze Catherine op ons wacht in Marina Quinta do Lorde. Dat is onze uitvalsbasis voor de wandelingen die we willen maken. Maar welke wandelingen? Sanne en Jasper, onze vrienden van de Giramondo, weten het antwoord. We zoeken ze op in de drukke, gezellige haven van hoofdstad Funchal. Ze reiken ons ‘Madeira Walks’ aan, een boekje met gedetailleerde beschrijvingen van prachtige wandelingen. We drinken nog wat op een terrasje in het oude stadscentrum en nemen dan afscheid. Zij zeilen door naar Tenerife. We zagen elkaar voor het eerst in Portosin, Noord-Spanje, later in Cies, Seixal en Porto Santo. We zullen elkaar weer treffen, maar waar, dat wijst zich vanzelf.

We wandelen over de oostpunt van het eiland: Ponta de São Lourenço, een dramatisch aride landschap richting de kaap, waar de wind vrij spel heeft. De oceaan klapt op de steile rotsen, aan beide kanten. Het uitzicht vanaf de kaap is adembenemend. Aan de horizon zien we Porto Santo liggen. Ons boekje waarschuwt voor hoogtevrees, maar dat blijft gelukkig beheersbaar. Op de terugweg begint het te waaien, een druppel valt, het klaart weer op, dan begint het goed door te regenen. Een woest gebied!

We maken een aantal wandelingen langs levada’s, de soms eeuwenoude irrigatiekanaaltjes met daarnaast lieflijke paden met geringe hoogteverschillen. Samen met onze Duitse vrienden Gerhard en Andrea van de Monte, die inmiddels ook in Quinta zijn afgemeerd, maken we zo’n levada-wandeling die ons onder watervallen door leidt. Bij de oorsprong van de levada tovert Gerhard een verrassing uit zijn tas: een paar flesjes Portugees stout-bier. Heerlijk spul. Andere wandelingen voeren ons de volgende dagen door diepe dalen en over berghellingen. Madeira is een prachtig eiland. Die conclusie had ik al getrokken op tienjarige leeftijd, toen ik op de lagere school een werkstuk over dit bloemeneiland maakte. Ik zie nog voor me hoe kleine Eric (op school noemden ze me Wessie, zoals grote mensen nu mijn oudere broer aanspreken) een halve eeuw geleden een foto uitknipte uit een reisgids, met daarop bloemen in een steile kloof, en het plaatje in het werkstuk plakte.

Het einde van ons verblijf op Madeira nadert, als we nog een bakkie met Paula doen. We zitten in een eenvoudig koffietentje, als een buurtgenote, een hoogbejaarde dame, aan Paula vraagt wie we zijn. Ze knikt goedkeurend, lacht ons toe, terwijl Paula vertelt over onze reis. Even later staat ze op, moeizaam, de artrose is bijna voelbaar, ze gaat op weg naar huis, blijft even staan aan ons tafeltje en wenst ons welgemeend een goede reis over de wereld en behouden thuiskomst. Lief.

Wim stapt op en we varen weg van Madeira. We koersen richting Isla Selvagen Grande, een verlaten rotsblok in de oceaan, twee nachten en een dag zeilen richting de Canarische eilanden. Daar zouden we prima kunnen ankeren. Maar na de tweede heerlijke nacht varen we ’s ochtends vroeg de baai binnen en het lijkt of ik de rotsen kan aanraken, zo smal is de baai. Volgens de zeilgids prima ankergrond, maar ik durf het niet aan. Een krabbend anker en we liggen in een zucht op de rotsen. Er ligt een boei. We leggen Catherine eraan vast, maar worden even later weggestuurd, want de Policia Maritíma heeft die boei nodig. Een grote boei, buiten de baai, eigendom van de marine, mogen we gebruiken. Het is een oud, lelijk, groot, roestig maar stevig ding. We knopen Catherine eraan vast en gaan met Billy de Bijboot naar het eiland voor een wandeling. Op het eiland worden we hartelijk welkom geheten door de vriendelijke mannen van de Policia Maritíma en het nationaal park. Karin regelt het papierwerk: bootdocumenten, paspoorten. Helaas komt Catherine vervaarlijk dicht bij het roestige gevaarte. We besluiten de lijnen te verlengen, Wim en ik varen terug om dat even te fixen. Achteraf zou blijken dat we dit beter niet hadden kunnen doen.

Enkele heren lopen met ons mee over het eiland, want deze eilandengroep valt onder een streng natuurbeschermingsregime. Enkele endemische soorten, vogels en een hagedissensoort, zijn kwetsbaar. Er is weinig te zien, het landschap lijkt een kruising tussen Arizona en de maan, maar dat maakt het tot een unieke plek. De gids spreekt geen woord Engels en wijst ons op informatieborden. Zijn hulp, een vrijwilliger uit Madeira staat ons wel in het Engels te woord en legt uit dat wij de eerste buitenlandse toeristen zijn die deze borden zien: ze staan er pas twee weken. Dat er zo weinig toeristen zijn is logisch. De enige manier om hier te komen is met je eigen zeilboot, via die krappe baai tussen de rotsen.

We hebben het eiland gerond, we zijn voldaan en ik verheug me op een rustige nacht aan de boei, met een zelfgebakken pizza en wijntje. Helaas loopt dat anders. De laagstaande zon belicht Catherine, die wordt belaagd door het roestige gevaar. Het onding schuurt tegen de scheepshuid. Die lange lijnen waren blijkbaar toch niet zo’n goed idee. We lopen naar beneden, Wim en ik pakken Billy, te klein voor ons drietjes dus Karin haal ik straks op, we varen naar Catherine om de schade op te nemen. Dat lijkt mee te vallen, maar de lange lijnen van Catherine zijn verstrikt geraakt rondom de ketting onder de boei. Wat zullen we doen? Met Billy de lijnen proberen te ontwarren? Eerst Karin ophalen met Billy, terwijl Wim probeert de boei af te houden? Lijnen doorsnijden en dan wegvaren? Terwijl ik de opties op een rijtje probeer te zetten om een plan te smeden, voel ik een licht alarmerend gevoel: gebrek aan controle, de situatie glipt me door de vingers. Geen gevaar, wel een ingewikkelde situatie. Het is te donker om Karin op te halen. Het is te donker om toch nog te ankeren, of toch weer aan die boei van de politie te gaan liggen. We komen handen tekort: boei afhouden, lijnenprobleem oplossen, Karin ophalen. Het vooruitzicht is weinig aanlokkelijk: niet ankeren maar wegvaren terwijl we alle drie best moe zijn van het wandelen en de vorige twee zeilnachten. We hebben honger. Na bliksemoverleg met Wim trek ik de conclusie: hulp van de mannen op het eiland inroepen. Karin heeft de handmarifoon – uiterst nuttig cadeautje van Wim – bij zich. Ik roep haar op en leg de situatie uit. Dan gaat alles heel snel. Karin vertelt later dat de vriendelijke mannen opeens stoere kerels werden, hun reddingsboot werd in een mum van tijd te water gelaten, Karin werd erin geholpen, met felle zaklampen in de aanslag racete de boot tussen de klippen door naar Catherine. Karin, gehinderd door een flinke deining, klom aan boord van Catherine, zoals je vroeger op de kermis in het lunapark op bewegende traptreden omhoog moest zien te komen. De mannen bekeken de boei en de lijnen en kwamen tot dezelfde conclusie: doorsnijden. Hopla, dat was in no-time gebeurd. We bedankten de hulpvaardige heren, redders in lichte nood, terwijl tijdens een poging tot handen schudden als afscheid de stoerste met zijn hoofd nog bijna tegen ons anker stootte, zijn collega hem in een flits wegduwde, de mannen voeren weg en opeens was het avontuur voorbij.

En toen dobberden we weer op de oceaan. Karin, Wim en ik maakten zo snel als mogelijk de boot zeilklaar. Spullen zeevast. Billy aan dek, buitenboormotor achterop vast. Karin hield met de zaklamp die nare roestboei in beeld, ter oriëntatie, want het was werkelijk pikkedonker en de gevaarlijke rotsen niet ver weg. Na een kwartier – of was het vijf minuten, een half uur? – hesen we de zeilen. Langzaam zakte de adrenaline. Karin toverde een omelet uit de kombuis. Ze vertelde achteraf dat ze zich dankzij het optreden van de stoere mannen geen moment onveilig heeft gevoeld.

We zetten koers naar Lanzarote. Helaas bleek de wind iets te oostelijk. Middenin de nacht, Karin en Wim sliepen, trok ik de conclusie: jammer, maar ik verleg de koers en val af. En zo voeren we na de vierde nacht op zee de haven Las Palmas op Gran Canaria binnen. Gemengde gevoelens, want jammer dat we ons plan (via Lanzarote en Fuertaventura naar de andere eilanden) niet hebben uitgevoerd, gemengde gevoelens ook dat we Selvagen hebben aangedaan. Een bevriend Duits echtpaar, Norbert en Sabrina, ervaren zeezeilers en ankeraars waarmee we in Porto Santo stevig hebben geborreld en die we bij toeval ook op Madeira troffen, nota bene in de parkeergarage bij de Decathlon, waren ook via Selvagen Grande gezeild en trokken direct de conclusie: hier gaan we niet ankeren, we varen door. Hadden wij beter ook kunnen doen. Maar ach, eind goed al goed. Catherine heeft een paar stevige krasjes opgelopen, we zijn een ervaring rijker en we hebben ervan geleerd. Terwijl ik dit typ, Wim een wandeling maakt in de stad en Karin naar de kapper is, de zon schijnt in de kuip en ik straks een biertje ga opentrekken, zie ik de geruststellende knik, vriendelijke lach en vertrouwenwekkende blik van die oude dame in Machico weer voor me: een goede reis en een veilige thuiskomst, zei ze. Ik kan het me verbeeld hebben, maar ze keek me aandachtig aan, recht in de ogen. Alsof zij daarvoor kan en gaat zorgen. Darwin of niet, het is een fijne gedachte dat ze dat doet.

Eric

 

5 replies
  1. Emelie Mijdam-van Oeveren
    Emelie Mijdam-van Oeveren says:

    Hoi, weer een boeiend verhaal. Dank daarvoor. Zo leuk om jullie te volgen. Nu een update over ons; er is nog steeds niemand die Nooitgedacht wil kopen of huren en wij kunnen het niet langer volhouden. Begin volgend jaar gaan we het pand “herinrichten/ombouwen tot 1woonhuis en 1 zelfstandig verhuurappartement. Marco gaat 2 januari 4 dagen bij zijn baas op kantoor werken en ik ben weer aan het solliciteren in Ziekenhuizen. Alles komt goed….
    Groetjes uit Sas.

    Reply
  2. Ricarda Wilhelm
    Ricarda Wilhelm says:

    Hallo ihr beiden, seid ihr gerade in Las Palmas auf Gran Canaria? Wir sind bei Mas Palomas und haben ab heute einen Mietwagen. Einen Tag wollen wir auch nach Las Palmas. Vielleicht können wir uns treffen?

    Reply
    • EricKarin
      EricKarin says:

      Hi Ricarda! Nice to hear from you😀 We are in Las Palmas, busy with preparations and maintenance. Would be nice to meet! Let us know when? Tomorrow? You have Karins number?

      Reply

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply to Annemarie Rookmaker Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *