Porto Santo, 26 oktober 2019

Ik had hem nog willen bedanken, Ricardo, die ongelofelijk aardige en behulpzame havenmeester van Seixal. Helaas moest hij er alweer vandoor. Ricardo gaf ons een warm welkom toen we op 12 oktober arriveerden in dit knusse – naar later bleek – communistisch bolwerkje aan de Taag, tegenover Lissabon. De haven puilde uit, maar Ricardo zou Ricardo niet zijn als hij niet toch nog een bolletje voor ons wist te regelen. Een lokale visser stond hem voor ons af. Ricardo reikte glimlachend de lijn aan, hielp Karin met vastknopen, terwijl ik Catherine tegen de stroom in op dezelfde plek hield, maakte nog een babbeltje en ging er weer vandoor. Zijn hulp bleek een voorbode van hoe het er in Seixal aan toegaat. Vriendelijk, gemoedelijk, mannetjes op een bankje, moeders met kinderen in de speeltuin, giechelende pubers op de hoek, opa en oma aan de schuifel naast geduldig ondersteunende kleinkinderen, het onvermijdelijke wapperende wasgoed in smalle straatjes, terrasjes waar zeilende toeristen zich mengden met de Seixalenaren. We namen een avondje gulzig in met de bemanning van Giramondo. We hieven de glazen, de rokende barbecue van de buren droeg ook bij aan de lichte beneveling, de couleur locale liet zich van zijn beste kant zien, gestreken overhemden naast rebels geklede jongeren, een solitaire boekenlezer naast een druk gezelschap dat waarschijnlijk de gunstige uitslag van de laatste verkiezingen in Portugal besprak. Want links was de winnaar, en dat valt goed in Seixal. De kastelein zette een bakje nootjes op tafel, ook nog wat olijven, draaide jazz en Jim Morrison en we bestelden, vooruit dan maar, nog een rondje. Een andere gezellige avond leerden we Suzanne en Jurre van de Yndeleau beter kennen en hebben we de lekkerste vis in jaren gegeten, bereid op die rokende barbecue. Wat hebben we gelachen in dat restaurant, totdat we erachter kwamen dat alle andere gasten inmiddels naar huis waren. Het restaurant ging sluiten en wij stapten in de stromende regen in de bijbootjes en voeren terug naar onze drijvende huisjes op de rivier.

Met een lichte brok in de keel voeren we weg van Seixal, ik belde Ricardo om hem te bedanken, maar helaas: onbereikbaar. We zwaaiden naar Seixal, groetten Marcel et Nadine van de Caroleau3, een leuk Frans zeilersechtpaar dat we al in Aveiro hadden ontmoet, en gingen op weg naar het volgende hoofdstuk van onze reis. We zwaaiden ook naar het lieve gezinnetje van de Nortada, dat we opnieuw hadden opgezocht, in Lissabon dit maal, die prachtige stad, vooral de slingersteegjes in Alfama zijn betoverend. Lissabon, bakermat van de eerste ontdekkingsreizen naar andere continenten, Vasco da Gama heeft hier een grafmonument gekregen, een cenograaf zoals dit blijkt te heten, naast allerlei andere belangrijke mensen. In Lissabon hebben we ook een bezoekje gebracht aan het maritieme museum, want ik wilde per se, eigenhandig, letterlijk, voeling hebben met Columbus. Drie ankers, losgeslagen op de Azoren op zijn terugreis 1493 en later opgevist, staan hier opgesteld naast een baliemedewerker die, terwijl ik opgewonden poseerde voor de foto, gapend naar zijn smartphone zat te staren. Terug op Catherine herlees ik een stukje uit het dagboek van Columbus van 20 februari 1493 te Santa María, Azoren: ‘De haven ligt zeer ongunstig en ik ben bang dat ik de ankertouwen gekapt moeten worden – en inderdaad gebeurde dat.’

Onze intentie was, via een tussenstopje aan de monding van de Taag, Sines aan te doen. Maar Karin en ik kregen steeds meer het gevoel dat de herfst ons op de hielen zat en ons af en toe inhaalde. Regen, wind, net iets te koel in de avonden. We wilden graag naar de Algarve en Zuid-Spanje, maar hoe is het weer daar? Toen zagen we een mooi weergat om richting Madeira te zeilen. Het besluit was snel genomen. Let’s go down south!

De water- en dieseltanks bomvol, de koelkast puilde uit met verswaren, de avocado’s nog hard, we waren klaar voor de overtocht. Hopla, de koers op 221 graden en het eerste waypoint is de eindbestemming: Porto Santo, naast Madeira, een tocht van 480 zeemijl, 889 kilometer. Vier etmalen met onze niet al te snelle, maar zeewaardige schuit Catherine.

Zondag 20 oktober begint hotseklotsend, zoals zo vaak in een riviermonding. Karin en ik kijken elkaar aan en denken hetzelfde. Pffff…. De golfslag is rommelig, vanuit alle kanten, kort, steil, irritant. Karin krijgt het te pakken en hangt al snel over de reling. Naarmate de monding van de Taag zich verbreedt en overgaat in de zee, wordt het iets beter, maar voor Karin net iets te wild om in te slingeren. Ze trekt zich terug in de kajuit, pakt oordoppen en slaapt in.

Ik kijk om me heen: alles zeevast. Ik kijk naar de horizon: onheilspellende weerlichten rondom, noord, oost, zuid, west, maar gelukkig niet boven ons.  In mijn eentje aan dek vaar ik de nacht in. Geen schip te zien, ook niet op de AIS. Ik moet mijn krachten sparen, want er is dinsdag wat hardere wind voorspeld en dan is het aanpoten. Het is dus maar de vraag of Karin opknapt. Ik bereid mij voor op een paar dagen solozeilen. Dus nu niet smijten met mijn reserves. De nacht naar maandag blijft de zee pittig, de golven veel steiler dan verwacht, ook als we het continentaal plat afvaren en de oceaanbodem onder ons zakt tot meer dan 3000 meter. Toch lukt het me om in de kuip hazenslaapjes te doen: ik kijk rondom, check de AIS op scheepvaart rondom, zet de wekker een half uur later en slaap in. Zo gaat het door tot zonsopkomst. Ik voel me maandag verrassend fris. Karin steekt haar hoofd uit het luikje. ‘Hoe gaat het?’, vraag ik haar en zij aan mij. Karin is gammel, maar het is iets beter. De zee is ook wat rustiger. Optimistisch beginnen we aan de dag. Karin blijft benedendeks liggen en slaapt veel, maar klaart op als in de middag de wind gaat liggen en de zee afvlakt. Met slechts 8 knopen wind halen we toch nog 5 knopen snelheid. Komt ook omdat we aan de wind varen. Fijn, maar die wind komt wel uit een andere richting dan voorspeld. Wat heeft dit te betekenen? Ik voel een knoop in mijn buik, realiseer me dat we alleen zijn, ver van de kust, op de oceaan. Geen schip in de buurt. Nog drie dagen te gaan. Dan vraagt Karin: wat heerlijk die rustige zee, zo vriendelijk! Mij ontglipt een weinig geruststellende reactie: ‘stilte voor de storm.’ Want dat wordt het.

Maandagavond trekt de wind aan. Ik steek het tweede rif in het grootzeil. Een kwartier later gevolgd door een derde. Vervelend is dat de wind afneemt en toeneemt, dus genua in, genua uit. Ook de richting verandert, dus schoten aan, losser, geklooi met de windvaan die het gelukkig fantastisch doet. Het is hard werken. De wind neemt toe, gelukkig wel weer uit noordelijke hoek. 25 knopen, 28 knopen. Dan tikt de windmeter 30 knopen aan. Ik beleef alles op het moment, mijn zintuigen staan op scherp. Alles in het nu. Aan de horizon ook deze nacht de weerlichten. In de kleine uurtjes komt de maansikkel op die het ergste donker verdrijft. De golven zijn hoog, af en toe komt een breker aangerold, maar is steeds te laat om de kuip vol te laten stromen. Het blijft bij een klots water zo af en toe. Inmiddels staat de windmeter net zo vaak op 30plus als op 30min. Windkracht 7, af en toe 8.

Karin geeft in de ochtend een teken van leven. Luikje open, ze zegt iets, ik versta haar niet, het is een enorme herrie aan dek. Het is een slecht moment, want ik zie aan de horizon een stevige bui onze kant uit komen. Het wateroppervlak verraadt harde wind. Ik roep tegen Karin: ‘Alles onder controle, maar het is hard werken. Doe je luikje dicht, het gaat spoken.’ Zo snel als ik kan rol ik de genua in, een klein puntje laat ik staan voor de balans. En dan begint het: regen, hardere wind, een enorme pokkeherrie, ratelend voorlijk tegen de mast, ik val wat af, zodat we voor de wind uit geblazen worden, golven in de rug. In een flits zie ik 36 knopen schijnbare wind op de windmeter, dus tegen de 40 knopen ware wind. Oef, dat gaat richting 9 Beaufort.  Alles onder controle, zeg ik tegen mezelf. Maar mijn hart bonst in mijn keel. Gedachtes komen op. Waarom ben ik hier? Waarom heb ik geen camper of tourcaravan gekocht? Waarom wil ik dit? Ik zie mezelf niet als een thrillseeker. Boeken lezen, drummen bij Coolkast of Phoenix, of liedjes zingen op de gitaar bij een kampvuur, dat is toch ook leuk? Ben ik bang? Nee. Of toch. Ja, een beetje. Waarom? Dat iets breekt, scheurt, kapot gaat. Wat dan? Terwijl ik een beetje begin te piekeren danst Catherine op de golven, ze duikt de golfdalen in, op de steilste golftoppen komt ze bijna los en verliest ze even haar koers, maar Arie, de Aries-windvaan, pakt het snel weer op. Ik herwin het vertrouwen in ons schuitje, gastvrij van binnen, stevig van buiten.

Gaandeweg krijg ik een licht triomfantelijk gevoel: het gaat goed, dit komt goed, blijft goed gaan. Alles onder controle. De gehele dinsdagochtend blijft het windkracht 7 á 8, maar gaandeweg, langzaamaan, wordt het iets rustiger. Karin slaapt en slaapt. Als ze wakker is luistert ze muziek. Eenmaal aan de wijn in Porto Santo zegt ze dat de filmmuziek van La famille Bélier, vooral het nummer Jour, haar tot tranen toe ontroerde.

Het weer verbetert, de nacht is rustig. Woensdag is een mooie dag. Karin krabbelt op. Het is een wonder hoe de oceaan als bij toverslag is veranderd. De zee is vlak, alle zeilen bij, ik loop te klooien met de gennaker, maar het is niet genoeg. Motor aan. En zo tuffen we richting Porto Santo, onze heilsbestemming, veelgeprezen zeilersoord middenin de oceaan. De zon gaat onder. ‘Kijk’, zeg ik tegen Karin, ‘dit is de eerste keer dat je Mercurius ziet.’ Net boven de horizon, helder, in een roodgekleurd avondlicht. Na een kwartiertje gaat de planeet onder en begint de vierde nacht.

Dan is het donderdag. Een heerlijke windkracht 3, later aantrekkend naar 4. We zeilen wat, praten wat, en dan roept Karin: ‘land in zicht!’ Het is nog een uur of drie zeilen, maar we geven elkaar vast een high five. Het was afzien, vooral voor Karin, maar we hebben het gefixt. Om vier uur plonst het anker in het water van de havenkom van Porto Santo. We halen de olijven (niet uit een potje, maar echte lekkere!) tevoorschijn, Karin maakt een toastje met zalm en avocado. Die is op de oceaan gerijpt. We maken het verrassingspakketje open dat Joris en Liselot ons voor deze gelegenheid hebben meegegeven. Lief! We trekken een fles goed gekoelde witte wijn open. Allemachtig, die heeft nog nooit zo lekker gesmaakt als nu.

Eric

10 replies
  1. Emelie Mijdam-van Oeveren
    Emelie Mijdam-van Oeveren says:

    Hoi lieve Karin & Eric
    Wat een spannende oversteek hebben jullie gehad! Ik lees gretig jullie reisverhalen. Jullie schrijfstijl is erg leuk. Veel plezier op Madeira.
    Liefs van ons uit Sas.

    Reply
  2. Ole Jorgensen
    Ole Jorgensen says:

    Wat een meeslepend verhaal weer. Ik ben niet goed thuis in de zeemannenlingo, maar zag luid en duidelijk voor mij hoe de wind steeds van kracht en richting wisselde, de genua in en uit ging terwijl de knopen en de Beauforts jullie om de oren vlogen. Spannend. Ik zou er gek van worden. En La Famille Bélier, ja daar houdt zelfs de gemeenste zeerover het niet bij droog. En wat een prachtige skyline daar op Porto Santo. Mooi om zo op je bestemming aan te komen in plaats van in het al dan niet leuk bedoelde beton van een luchthaventerminal. Groeten uit het verre, deels afgebrande en met olie besmeurde Brazilië.

    Reply
    • EricKarin
      EricKarin says:

      Hoi Ole, leuk dat je ons volgt! Ja ik werd ook gek van de genua in en uit😬 We zijn inmiddels op Madeira. We krijgen af en toe wat mee van problematische gebeurtenissen in Brazilië. Hou het hoofd koel daar! Groetjes van ons ook aan Irma😘

      Reply
  3. Letty
    Letty says:

    Hoi Karin en Eric,
    Ontdekte jullie weblog door de groepsapp van Ruby. Wauw, wat een avontuur die oversteek. Vier dagen alleen op die immense oceaan. Je moet het maar durven. Kan me voorstellen hoe blij jullie waren toen jullie veilig aankwamen. Machtig mooi om mee te maken.
    Veel plezier en geluk bij de volgende etappe.
    Liefs
    Letty

    Reply
    • EricKarin
      EricKarin says:

      Hi Letty,
      Wat leuk om van je horen. Ja het was een heel avontuur die oversteek. Nu zijn we al weer 2 weken op Porto Sinto. Leuk, maar we moeten maar eens verder.
      Groet,
      Karin

      Reply

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *